Het rampjaar 1672 in archieven (7): Terheijden

4
26-08-2022
  • 1672
  • rampjaar
  • Terheijden

Deze serie blogs gaat over de sporen van het rampjaar 1672 die in de archieven zijn terug te vinden.

Los van de gebruikelijke bronnen over de militaire gevolgen van het Rampjaar met allerlei leveranties in mens en materiaal die grote kosten met zich meebrachten, had Terheijden een bijzonder fenomeen: een schans. Er lagen twee schansen in de buurt, de grotere Spinola-schans en de kleine schans. Beiden waren aangelegd voor de verdediging van Breda. Van deze schansen was de Kleine Schans een verantwoordelijkheid van de inwoners van Terheijden. De schans lag dicht bij de bewoonde kern in een bocht van de rivier de Mark die naar Breda liep.

Deze kleine schans had daarom wel degelijk een militaire betekenis. Nog in 1671 zijn er werkzaamheden uitgevoerd aan de waterlopen rondom deze schans of het fort ter heijden zoals het in de stukken ook wordt genoemd. (link naar bron)

Deze schans viel onder het bevel van de gouverneur van Breda en onderhorige forten. Hij was verantwoordelijk voor het onderhoud en waarschijnlijk voor de militaire bezetting van dit fort of schans. De schans is aangelegd na de herovering van Breda in 1637 door Frederik Hendrik. Hij had tot doel om het scheepvaartverkeer over de Mark te beschermen en vormde natuurlijk een extra hindernis bij een eventuele aanval op Breda of, verder weg, Geertruidenberg.

De kleine schans had vanzelfsprekend een militaire bezetting die kosten met zich meebracht. (link naar bron)

In 1672 was de schans al een tijdje in onbruik maar nu kwam hij weer van pas. Om de schans in goede staat te krijgen en te houden was er allerlei onderhoud nodig. In juli 1672 kwam een bevel gericht aan de ingezetenen van Terheijden om dagelijks anderhalve kan bier te leveren aan de arbeiders die werkten aan de schansen. (link naar bron)

De werkzaamheden vonden in een periode van meerdere jaren plaats. Met name als de legerleiding vreesde dat Breda op de nominatie stond om belegerd te worden nam de activiteit toe. De militaire verplaatsingen hadden daar vaak ook mee te maken. De inwoners van Terheijden moesten met enige regelmaat stro leveren voor de soldaten die op de grote en kleine schans in garnizoen lagen. Dat kon behoorlijk oplopen. In de jaren 1672 - februari 1676 leverden zij op de kleine schans 2626 bossen stro en op de grote schans 1641 bossen stro. Het stro diende als matras voor de soldaten. (link naar bron)

< Kaart met de grote of Spinola Schans en de kleine schans in Terheijden (bron: BHIC)

Met enige regelmaat leverde Terheijden palissaden, stormpalen, fascines en ander hout om de schans te verstevigen. Ze leverden ook aan de vesting Breda die eveneens op sterkte moest blijven. Zo brachten de verschillende buurten van Terheijden op 24 juni 1673 ieder een deel van de noodzakelijke palen ten behoeve van de fortificatie van Breda en aent fort Terheijden. De regelmatige levering van palen betekende ook een aanslag op de begroeiing. In sommige delen was er een kaalslag. De ingebruikname van de schans had ook tot gevolg dat de bomen in de omgeving moesten wijken om het schootsveld en ook het uitzicht goed vrij te houden. Bijvoorbeeld de 180 dicke olme boomen gestaen ende gelegen dicht onder het fort om des te beter vuijtsicht te comen. (link naar bron)

Op 10 januari 1673 gebeurde er wat opmerkelijks. Vanuit Breda vertrok een Spaans regiment in de richting van Alphen. Ze voeren per schip over de Mark de stad uit. Het regiment ging aan land bij de Kleine Schans in Terheijden. Een sterke tegenwind maakte dat ze hun tocht naar Alphen niet konden vervolgen. Deze mannen hadden wel honger. De inwoners van Terheijden brachten 16 tonnen bier en verder brood, boter, kaas, vlees, hooi en stro. De soldaten moesten daar de nacht doorbrengen en hopen op een gunstige wind de volgende dag. Het weer bleef echter slecht en om niet nog langer te moeten wachten werden er paarden aangevoerd door Terheijden om de schepen verder te trekken tot de volgende bocht in de Mark waar de wind weer gunstig was. Er lagen maar liefst dertig schepen en dat vereiste zestig paarden om ze op weg te helpen. Al met al vroeg het dorpsbestuur om ruim 200 gulden om de kosten te vergoeden. (link naar bron)

In 1672 vreesde de Republiek dat Breda zou worden aangevallen. Om dat te voorkomen of in ieder geval moeilijk te maken gingen ze preventief polders onder water zetten. In dit geval waren dat de Binnenpolder, 500 bunder land, en de Hartel, Zipten en Adsmoeren polders, samen 70 bunder in en bij Terheijden. Deze zogenaamd inundaties waren effectief in de oorlogsvoering, als er genoeg water is, maar leverden ook veel schade op voor de boeren. Zij konden langere tijd geen gebruik maken van hun landerijen. Een eventuele oogst was verloren en als er nog gezaaid moest worden dan betekende dat ook een grote schadepost. Het duurde ook weer langer of korter, afhankelijk van de hoogte van het water en de weersgesteldheid, voordat de polders weer leeg liepen. Als er zout water over het land liep, dan was de schade nog groter en langduriger. In totaal leverde dit een schadepost op van 2400 gulden voor de inwoners van Terheijden. 

Op 15 mei 1673 besloot de gouverneur van Breda om de grote Zonzeelse polder onder water te zetten. De polder kwam deels onder water te staan met een schade van 1000 gulden. Vervolgens worden ook de hiervoor genoemde polders weer onder water gezet met een totale schade van 3400 gulden. (link naar bron)

Een paar maanden later, op 31 mei, kwamen er maar liefst 15 regimenten ruiters “logeren” in Terheijden. Dat betekende een kampement met zo’n 1200 mannen en paarden. Deze legers hadden ook hun vrouwen en kinderen bij zich. Zij verbleven negen dagen in Terheijden en dat kostte het dorp bijna 20.000 gulden. Ze vertrokken weer op 8 juni naar Roosendaal, Sprundel en  Ruckveen. Voor het transport van hun bagage vorderden de legers 80 wagens (voor personen) en 30 karren (voor goederen) met voerlieden. Deze mannen bleven twee dagen weg en dat kostte ook nog eens ruim 800 gulden.

Net als in Oosterhout werd ook Terheijden verplicht om mannen te leveren om bij Maastricht te werken voor de prins van Oranje. Deze mannen moesten zich op 5 juli 1676 verzamelen bij het huis van officier Brants met soo veel eetwaer daer sij een dach a twee van connen leven. Zij moesten ider een schup spaeij of houweel meenemen.
Evenals in Oosterhout leven er nogal wat bezwaren bij de mannen van het dorp om helemaal naar Maastricht te gaan. De bronnen geven een mooi inzicht in de personen die weigerachtig waren. Uiteindelijk is een lijst opgesteld met alle mannen die zijn vertrokken op 6 of 7 juli 1676. In de lijst is per persoon vermeldt hoe lang hij weg is geweest en wat hij daar als vergoeding voor krijgt. Ook de deserteurs staan in de lijst genoemd.
Op 23 juli 1676 kwam vaandrig Joseph de Henrij dertig soldaten in Terheijden aan om de gedeserteerde inwoners tharen woonhuijs heeft laten opsoecken. (link naar bron)

Per dag kregen de pioniers 25 stuivers betaald. De meesten vertrokken op 6 of 7 juli en kwamen 5 augustus terug. Dat was een periode van 31 dagen die hen een vergoeding opleverde van 38 gulden en 15 stuivers.

Uit deze lijst blijkt dat nogal een aantal Terheijdenaars niet of korter in het leger zijn geweest. 


Adriaen Huijbert Janssen vertreckt
alsvoor en is den 19 julij 1676 sonder
verloff vuijt sijn hoocheijts leger
vertrocken

van Wijmers ontfangen 6-6-0
van Van Son 3-18-8

 

Adriaen Jan Geerts voor Jan
Bressaerts weduwe vertreckt alsvoor
maer en heevt int leger niet
geweest
van Wijmers ontfangen 6-6-0

(link naar bron)

 

Tot slot nog de vermelding van een heel bijzonder document dat in 1673 is opgemaakt. Het bevat een lijst van alle vrouwen in het dorp, inclusief de dienstmaagden en de kinderen. De namen zijn geordend per buurtschap. Het is opvallend dat in deze lijst nauwelijks vrouwennamen voorkomen, alleen de rol van de vrouwen in het gezin, dus de huisvrouw van, de weduwe van, de dochter van of de meid van. Als er vrouwennamen in voorkomen wordt er geen man genoemd. Mogelijk betreft het dan ongehuwde, alleenstaande vrouwen al dan niet met hun kind of kinderen. Al met al een prachtig bevolkingsoverzicht, een volkstelling avant la lettre.

De meijt van Willem Coenen de Raeff - 1 persoon

De weduwe van Hendrick Claessen met vijff kinderen - 6 persoonen

De huijsvrouw van Adriaen van Opstal sijn kint met noch het kint van sijn broeder - 3 persoonen

(link naar bron)


In deze serie:

1 comment

Reageren
  1. Rob | Aug 26, 2022
    Heel interessant, al die verhalen over het Rampjaar 1672. Ze geven een prachtig beeld van wat er zich toen in Middel-Brabant afspeelde.

    Reageren

    Contact en informatie
    sluit Hulp nodig?
    We helpen je graag van maandag t/m vrijdag van 10:00 tot 16:00 en van 19:00 tot 22:00 uur via chat.
    Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via een e-mail naar info@regionaalarchieftilburg.nl.

    sluit Online op dit moment
    chatOnline -
    Stel een vraag