Het rampjaar 1672 in archieven (3): 's Gravenmoer

6
29-04-2022
  • rampjaar
  • 1672
Het archief van het dorpsbestuur van ’s Gravenmoer bevat weinig bronnen van voor 1672. 

Het toen Hollandse dorp ’s Gravenmoer beleeft een roerige maand juni in 1672. Op woensdag 19 juni voltrekt zich een ramp in het dorp. Een troep Franse ruiters plundert het dorp en als ze alles hebben opgeladen steken ze de kerk, de toren, de pastorie en het schoolhuis in de fik. Alsof dat nog niet genoeg was treft het vuur maar liefst 53 huizen die daar in de buurt liggen.

Van deze ingrijpende gebeurtenis is een aantekening gemaakt in het doopboek van de Nederlands Hervormde gemeente.

Het duurt tot 1679 voordat de kerk weer is opgebouwd. Het geld daarvoor is opgehaald bij de inwoners op initiatief van dominee Santvoort, schepen en ouderling Sebastiaen Smits, Jan Cornelis Kop als stadhouder en Servaes Vermeulen, de schoolmeester. Een jaar later kan ook de herbouwde pastorie weer in gebruik genomen worden en in 1683 is ook de toren hersteld. Van deze herbouw zijn diverse stukken terug te vinden in het archief van het dorpsbestuur.


Op den 19 junij sijn alhier tot 's Gravemoer aen de straet door een franssche partije beneffens de kerke toren pastorije en schoolhuis afgebrand 53 huisen

Van deze brand zijn ook sporen terug te vinden in de voogdij- en boedelrekeningen van ’s Gravenmoer. In die rekeningen hielden de voogden van wezen of half-wezen keurig bij waar het geld naar toe ging voor het onderhouden van de nagelaten kinderen en hun landerijen. Het is een heel rijke bron voor onderzoek naar het leven van gewone mensen door de eeuwen heen.

Zo betalen de voogden van Artus Cornelis Cuijper, zoon van Cornelis Jan Cuijper en wijlen Geertruijt Aerts op 19 september 1672 aan Jacob Cornelissen Beijer, houtkoper in Geertruidenberg, een bedrag van 10 gulden en 15 stuivers voor twintich sperren (lange dunne latten of palen)  ende vijfftich latten die gebruikt zijn om de afgebrande schuur en huis te herstellen en weer te herbouwen. (link naar bron)
Een jaar na de brand betalen de voogden nog negen gulden en 8 stuivers aan Adriaen Jans van Seters die 8,5 dag heeft gewerkt aende affgebrande huijsingen aende straet en op het suijteijnde. (link naar bron)

Deze meester-timmerman Adriaen Jan van Seters is ook één van de aannemers die de kerk in 1679 herbouwen en later de toren.

In de dorpsrekeningen van 1672 en later staan meerdere posten die duidelijk maken dat er verschillende keren een flinke som geld betaald moet worden aan de Franse legers in Vlijmen en Grave. De dorpelingen dragen ook bij aan de bevoorrading van de legereenheden. In 1672 is dorpeling Adriaen van Exel door Fransen gevangen genomen en later vrijgekocht.

Deze rekeningen bevatten soms ook heel gedetailleerde informatie over de impact van de oorlog voor inwoners: Den 6en November betaelt aen Sijken Rochus Rutten voor het logeren van eenen ruijter - viii stuivers

Pastorie Hervormde Gemeente 's Gravenmoer in 1908
Het dorp houdt nog jarenlang last van de gevolgen van de brand en de kosten die dat met zich mee brengt. In 1689 dient het dorpsbestuur een verzoekschrift in bij de Staten van Holland en West-Friesland. Daarin sommen ze op hoe het dorp er voor staat en vragen ze om vermindering van belasting. In hun relaas staat dat in 1672 ’s Gravenmoer door franse ruijters is geinvadeert geweest en dat doen haer opgesetenen van haer meubelen, vee ende voorts van alles wuerde uijtgeplondert niet alleen maer dat selffs ook haer huijsen van het meerder gedeelte sijn affgebrant geworden nevens de kercke en pastorije. De dorpelingen zijn er niet in geslaagd om alle schade te herstellen maer dat die ten deele als een puijnhoop hebben moeten laten leggen. Het dorp is daardoor verarmt en daar komt nog bij dat de landerijen voor het grootste deel bestaan uit laaggelegen moergronden en dat deselve seer dickmael den geheelen en meesten tijt onder het water staen van het opper vloeij ofte heijwater comende van Tilburgh, Gils, Loon en Dongen. Tot overmaat van ramp zijn de Fransen weer in de aanval gegaan en staan de landerijen alweer lange tijd onder water. Ze vragen daarom om de belasting van 200ste en 100ste penning niet te hoeven betalen soo niet geheel, [dan] ten minsten voor een groot gedeelte. (link naar bron)

Bij dit verzoekschrift zitten verklaringen van de dorpsbesturen van Dongen en Waspik waarin zij beschrijving van de situatie in 's Gravenmoer bevestigen.

In 1709 schreven schout en bestuurders van 's Gravenmoer een verzoekschrift aan de Staten van Holland en West-Friesland waarin zij toestemming vroegen om een loterij te houden ter waarde van 300.000 gulden. Het dorp leed nog steeds onder de gevolgen van de verschillende oorlogen in de voorgaande jaren waarbij opnieuw de brand van 1672 wordt aangevoerd als een van de rampen die het dorp noodzaken om via deze loterij aan geld te komen om hun tekorten en extra lasten te kunnen betalen.

In deze serie:

Het Rampjaar 1672 in archieven (1)
Het Rampjaar 1672 in archieven (2): Geertruidenberg


Reageren

Contact en informatie
sluit Hulp nodig?
We helpen je graag van maandag t/m vrijdag van 10:00 tot 16:00 en van 19:00 tot 22:00 uur via chat.
Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via een e-mail naar info@regionaalarchieftilburg.nl.

sluit Online op dit moment
chatOnline -
Stel een vraag