Moord en doodslag 2019 #3: Vagebondisme, brandstichting en bloedschande

1
11-04-2019
  • rechtsgeschiedenis
  • rechtshistorische bronnen
  • criminele processen
  • Moord en doodslag in het archief
  • TilburgUniversity
  • BHIC
Jacob Cats Houwelick, 1625. Flos mihi dosOoit gehoord van 'Engele Jantje' en van 'Klein Truiken'?  En van de uitdrukking 'de rode haan over het dak laten vliegen'? Erik-Jan Broers vertelde tijdens de derde lezing van de cyclus 'Moord en doodslag in het archief' onder andere over vagebondisme en bendes in de vroegmoderne tijd.

Astrid de Beer (Regionaal Archief Tilburg) opende de bijeenkomst met een uitgebreide terugblik op de tweede lezing. Vervolgens vertelde zij over de geschiedenis van Brabant vanaf 1795 tot het einde van de negentiende eeuw. De afsplitsing van België, de koningen Willem I, II, II kwamen voorbij, net als de invoering van de grondwet in 1848, het katholiek onderwijs, de komst van de eerste spoorlijnen en de uitbreiding van het water- en wegennetwerk.

Rechtsgeleerde Hugo de Groot (Hugo Grotius, 1583-1645) ging in zijn Inleydinge tot de Hollantsche rechtsgeleerdheit uit 1631 uitgebreid in op straf en schadevergoeding. Hij onderscheidde vijf categorieën ongeoorloofde handelingen: tegen het leven (moord en doodslag), tegen het lichaam (toebrengen van verwondingen), tegen het goed (diefstal, roof), misdaden tegen de vrijheid (hoon, het recht dat men geen leed mag worden aangedaan) en tegen de eer (laster). Hoon en laster (ook wel aangeduid met de term iniuria) waren overblijfselen van het oude, private strafrecht.

In onze ogen is het misschien opmerkelijk dat er twee categorieën ongeoorloofde foto: A. de Beerhandelingen gewijd worden aan eer en goede naam. Vroeger was eer en het hebben van een goede naam zeer belangrijk voor iemands positie in de maatschappij.  Reputatie was alles. Er zijn dan ook veel processen gevoerd over beledigingen. ‘Een scherpe tong is vreeswekkender dan een scherp wapen’, aldus rechtsgeleerde  Joos de Damhouder uit 1555. In onze oren klinken scheldwoorden als ‘schelm’ of ‘schavuit’ misschien lachwekkend in de oren, in de zeventiende en achttiende eeuw was ‘schelm’ het  ergste wat je tegen een man kon zeggen omdat het rechtstreeks raakte aan zijn eer, reputatie en integriteit. Voor vrouwen, wier eer onlosmakelijk verbonden was met hun kuisheid en eerbaarheid, was het zeer beledigend om voor ‘hoer’ uitgemaakt te worden, of slet (nu ook nog trouwens). Laster betreft eer in enge zin, door woordelijke belediging wordt de goede naam aangetast. Hoon, eer in ruime zin, betreft smadelijke gedragingen waardoor het persoonlijke eergevoel en het gevoel van eigenwaarde worden aangetast. Verkrachting ('vrouwenkracht') werd beschouwd als de allerzwaarste vorm van hoon. Voor de verkrachting van een maagd (defloratie, lett: verwelken) moest een financiële vergoeding betaald worden van de materiële schade. Aangezien kuisheid en eerbaarheid van een vrouw haar hoogste goed waren, kon dit bedrag fors oplopen. 

Broers vertelde over het proces van Suzanne Merler versus Stijntje en Katharina Janssen, alle drie visverkoopsters op de markt in Breda (1678). Moeder en dochter Janssen beschuldigden Merler ervan dat zij sjoemelde met gewichten en de klanten te weinig waar voor hun geld gaf. Ook  scholden zij haar  uit voor 'dikke hoer'. Vanwege deze 'lasterlijke en calumnieuze woorden' daagde Anthonie Segers, echtgenoot van Merler, moeder en dochter Janssen voor het gerecht. De advocaat van de gedaagde partij (Moeder en dochter Janssen) beargumenteerde in zijn pleidooi dat het voor visvrouwen heel normaal was om elkaar op deze wijze aan te spreken 'want viswijven ende diergelijcke persoonen sijn...van het geringhste slagh van het volck'. Dit sorteerde resultaat, want de schepenbank weer de vordering van Anthonie Segers af.
 
TortuurOoit gehoord van 'Engele Jantje' en van 'Klein Truiken'? Broers vertelde ook over vagebondisme en criminele bendes in de zeventiende en achttiende eeuw. In de jaren 1720-1730 stroopte 'de bende van Engele Jantje' het platteland af. De bende stak de Nonnenbosche Hoeve in brand ('De rode haan over het dak laten vliegen'), met dodelijke afloop. Strafprocessen tegen vagebondisme waren afwijkend van andere processen die die zin dat de rechterlijke macht niet gebonden was aan het eigen gebied. Vagebonden konden meteen, waar dan ook, gearresteerd en gemarteld worden. In 1729 werd Engele Jantje veroordeeld tot ophanging en blakering van het aangezicht (dat laatste gebeurde bij brandstichters), Klein Truiken kreeg 15 jaar tuchthuis en levenslange verbanning. Bloedschande (incest), boeventucht en verschillende valsheidsdelicten, gepleegd door Johan Verspaendonck ('Jantje zonder ziel') en Laurens Koninghs ('de kreupele procureur') kwamen nog voorbij.

In de loop van de achttiende eeuw, onder invloed van Cesare Beccaria's Dei delitti e della pene (1764), vindt er rationalisering en humanisering van het strafrecht plaats. De tortuur werd afgeschaft, dood- en lijfstraffen verminderd. De invoering van gevangenisstraf stamt ook uit deze periode. De negentiende eeuw laat een toenemende codificatie en reorganisatie zien van de rechterlijke macht. Lijfstraffen worden in 1854 afgeschaft, de doodstraf in 1870. In 1886 ziet het Wetboek van  Strafrecht het levenslicht.

Als afsluiter vertelde Mariët Bruggeman (BHIC) over de rechterlijke organisatie van Brabant na 1795. Criminele voorouders zijn te vinden in de gevangenisregisters, de archieven van de rechtbanken en de vredegerechten: http://www.bhic.nl/onderzoeken/stamboom. De 'boevenbronnen' bij uitstek zijn de archieven van de rechtbank, de gevangenis, politie en de reclassering.

Hieronder de presentaties van Erik-Jan Broers en Mariët Bruggeman, ter 'leering ende vermaeck':

Reageren

Contact en informatie
sluit Hulp nodig?

We helpen je graag van maandag t/m vrijdag van 19.00 tot 22.00 uur via chat.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via e-mail.
sluit Online op dit moment
-
Stel een vraag