002777 - Zuidoostzijde van het Wilhelminapark Geheel rechts, wevershuis K512, vanaf 1910 Wilhelminapark 53. Hier woonde vanaf hun huwelijk in oktober 1900 wever Adriaan Antonius van Dijk en Anna Maria Langenberg. Ernaast pand K510, vanaf 1902 Wilhelminapark 54, sociëteit Orpheus. Het klokgeveltje dat dan volgt, maakte deel uit van het volgende pand met dakkapel, K509, vanaf 1910 Wilhelminapark 56. Hier woonde rond 1900 'medisch doctor' Carolus W.F. Baerken, geboren te Gennep op 3 juli 1817 en overleden te Tilburg op 28 oktober 1902. Zijn twee ongehuwde, bij hem inwonende, zussen verlieten het pand in oktober 1904. Het werd toen in gebruik genomen als klooster van de carmelitessen van het Goddelijk Hart van Jezus, een congregatie opgericht te Berlijn in 1890. Deze zusters woonden al vanaf 1900 in Tilburg aan het St. Annaplein en werden in de volksmond 'de zusterkens van de arme kindjes' genoemd: de zusters hielden zich bezig met de opvang en verzorging van verwaarloosde en verlaten kinderen: aanvankelijk de meisjes tot hun veertiende levensjaar en jongens tot hun zesde levensjaar. Het klooster aan het Wilhelminapark kreeg de naam 'St. Josephhuis St. Anna'. Met de uitbreiding van het klooster werd begonnen in 1912 onder overste Francisca Ulsamer, naar plannen uit 1911 van bouwkundige J.C.M. Kocken. Ter plaatse van het kleine huisje rechts van het pand van Baerken werd later de kapel van het tehuis gebouwd. Deze werd ingewijd op de feestdag van de H. Theresia, op 15 oktober 1915. Daarna is er nog constant gebouwd en verbouwd aan het tehuis. Zo werd in 1936 door de gemeente vergunning verleend voor het bouwen van een slotkapel voor de zusters met sacristie, ontworpen door bouwbureau C.P.A. van Herk. Vervolgens pand K508, vanaf 1910 Wilhelminapark 57. Hier woonde rond 1900 G.J. van Haandel. De laatste bewoonster was Maria Petronella van Haandel, geboren te Tilburg op 25 oktober 1881. Zij verkocht het pand aan de carmelitessen, die het pand in 1948 onder architectuur van J. Remmers Alph.zn. lieten verbouwen tot recreatie- en kinderspeelzaal. Tenslotte op de hoek van de Stedekestraat pand K507, vanaf 1910 Wilhelminapark 58. Rond 1900 woonde hier fabrikant Joannes Petrus Willemse, die er overleed op 28 december 1905. Zijn weduwe, Maria Norberta Smits hield daarna een pension: een van de gasten in 1908 was fotograaf Johannes W.H. Stokvis uit Rotterdam. In 1908 verliet zij het pand. Later is het verbouwd, er kwam onder andere een verdieping op het huis. De volgende bewoner was Leopold H.M. Kersemaekers uit Venlo, leraar aan de ambachtsschool. Hij vertrok in 1918. Ook dit pand ging deel uitmaken van het complex van de carmelitessen. Vanaf juli 1920 woonden er de rectoren van het St. Annahuis. Dit waren achtereenvolgens Paulus J.L.M. Goulmij, Petrus J.C. Manders, Arnout L.J.M. Hellenberg Hubar, Josephus P. van Dal en Johannes Janssens. - Foto's & Kaarten

Zuidoostzijde van het Wilhelminapark Geheel rechts, wevershuis K512, vanaf 1910 Wilhelminapark 53. Hier woonde vanaf hun huwelijk in oktober 1900 wever Adriaan Antonius van Dijk en Anna Maria Langenberg. Ernaast pand K510, vanaf 1902 Wilhelminapark 54, sociëteit Orpheus. Het klokgeveltje dat dan volgt, maakte deel uit van het volgende pand met dakkapel, K509, vanaf 1910 Wilhelminapark 56. Hier woonde rond 1900 'medisch doctor' Carolus W.F. Baerken, geboren te Gennep op 3 juli 1817 en overleden te Tilburg op 28 oktober 1902. Zijn twee ongehuwde, bij hem inwonende, zussen verlieten het pand in oktober 1904. Het werd toen in gebruik genomen als klooster van de carmelitessen van het Goddelijk Hart van Jezus, een congregatie opgericht te Berlijn in 1890. Deze zusters woonden al vanaf 1900 in Tilburg aan het St. Annaplein en werden in de volksmond 'de zusterkens van de arme kindjes' genoemd: de zusters hielden zich bezig met de opvang en verzorging van verwaarloosde en verlaten kinderen: aanvankelijk de meisjes tot hun veertiende levensjaar en jongens tot hun zesde levensjaar. Het klooster aan het Wilhelminapark kreeg de naam 'St. Josephhuis St. Anna'. Met de uitbreiding van het klooster werd begonnen in 1912 onder overste Francisca Ulsamer, naar plannen uit 1911 van bouwkundige J.C.M. Kocken. Ter plaatse van het kleine huisje rechts van het pand van Baerken werd later de kapel van het tehuis gebouwd. Deze werd ingewijd op de feestdag van de H. Theresia, op 15 oktober 1915. Daarna is er nog constant gebouwd en verbouwd aan het tehuis. Zo werd in 1936 door de gemeente vergunning verleend voor het bouwen van een slotkapel voor de zusters met sacristie, ontworpen door bouwbureau C.P.A. van Herk. Vervolgens pand K508, vanaf 1910 Wilhelminapark 57. Hier woonde rond 1900 G.J. van Haandel. De laatste bewoonster was Maria Petronella van Haandel, geboren te Tilburg op 25 oktober 1881. Zij verkocht het pand aan de carmelitessen, die het pand in 1948 onder architectuur van J. Remmers Alph.zn. lieten verbouwen tot recreatie- en kinderspeelzaal. Tenslotte op de hoek van de Stedekestraat pand K507, vanaf 1910 Wilhelminapark 58. Rond 1900 woonde hier fabrikant Joannes Petrus Willemse, die er overleed op 28 december 1905. Zijn weduwe, Maria Norberta Smits hield daarna een pension: een van de gasten in 1908 was fotograaf Johannes W.H. Stokvis uit Rotterdam. In 1908 verliet zij het pand. Later is het verbouwd, er kwam onder andere een verdieping op het huis. De volgende bewoner was Leopold H.M. Kersemaekers uit Venlo, leraar aan de ambachtsschool. Hij vertrok in 1918. Ook dit pand ging deel uitmaken van het complex van de carmelitessen. Vanaf juli 1920 woonden er de rectoren van het St. Annahuis. Dit waren achtereenvolgens Paulus J.L.M. Goulmij, Petrus J.C. Manders, Arnout L.J.M. Hellenberg Hubar, Josephus P. van Dal en Johannes Janssens.

Fotonummer["002777"]
PlaatsTilburg
Straat["Wilhelminapark"]
WijkGasthuisstraat
Datering vanaf1902
Uiterlijke vormansichtkaart
OmschrijvingZuidoostzijde van het Wilhelminapark Geheel rechts, wevershuis K512, vanaf 1910 Wilhelminapark 53. Hier woonde vanaf hun huwelijk in oktober 1900 wever Adriaan Antonius van Dijk en Anna Maria Langenberg. Ernaast pand K510, vanaf 1902 Wilhelminapark 54, sociëteit Orpheus. Het klokgeveltje dat dan volgt, maakte deel uit van het volgende pand met dakkapel, K509, vanaf 1910 Wilhelminapark 56. Hier woonde rond 1900 'medisch doctor' Carolus W.F. Baerken, geboren te Gennep op 3 juli 1817 en overleden te Tilburg op 28 oktober 1902. Zijn twee ongehuwde, bij hem inwonende, zussen verlieten het pand in oktober 1904. Het werd toen in gebruik genomen als klooster van de carmelitessen van het Goddelijk Hart van Jezus, een congregatie opgericht te Berlijn in 1890. Deze zusters woonden al vanaf 1900 in Tilburg aan het St. Annaplein en werden in de volksmond 'de zusterkens van de arme kindjes' genoemd: de zusters hielden zich bezig met de opvang en verzorging van verwaarloosde en verlaten kinderen: aanvankelijk de meisjes tot hun veertiende levensjaar en jongens tot hun zesde levensjaar. Het klooster aan het Wilhelminapark kreeg de naam 'St. Josephhuis St. Anna'. Met de uitbreiding van het klooster werd begonnen in 1912 onder overste Francisca Ulsamer, naar plannen uit 1911 van bouwkundige J.C.M. Kocken. Ter plaatse van het kleine huisje rechts van het pand van Baerken werd later de kapel van het tehuis gebouwd. Deze werd ingewijd op de feestdag van de H. Theresia, op 15 oktober 1915. Daarna is er nog constant gebouwd en verbouwd aan het tehuis. Zo werd in 1936 door de gemeente vergunning verleend voor het bouwen van een slotkapel voor de zusters met sacristie, ontworpen door bouwbureau C.P.A. van Herk. Vervolgens pand K508, vanaf 1910 Wilhelminapark 57. Hier woonde rond 1900 G.J. van Haandel. De laatste bewoonster was Maria Petronella van Haandel, geboren te Tilburg op 25 oktober 1881. Zij verkocht het pand aan de carmelitessen, die het pand in 1948 onder architectuur van J. Remmers Alph.zn. lieten verbouwen tot recreatie- en kinderspeelzaal. Tenslotte op de hoek van de Stedekestraat pand K507, vanaf 1910 Wilhelminapark 58. Rond 1900 woonde hier fabrikant Joannes Petrus Willemse, die er overleed op 28 december 1905. Zijn weduwe, Maria Norberta Smits hield daarna een pension: een van de gasten in 1908 was fotograaf Johannes W.H. Stokvis uit Rotterdam. In 1908 verliet zij het pand. Later is het verbouwd, er kwam onder andere een verdieping op het huis. De volgende bewoner was Leopold H.M. Kersemaekers uit Venlo, leraar aan de ambachtsschool. Hij vertrok in 1918. Ook dit pand ging deel uitmaken van het complex van de carmelitessen. Vanaf juli 1920 woonden er de rectoren van het St. Annahuis. Dit waren achtereenvolgens Paulus J.L.M. Goulmij, Petrus J.C. Manders, Arnout L.J.M. Hellenberg Hubar, Josephus P. van Dal en Johannes Janssens.
AnnotatieKatholiek Tilburg in beeld, p. 103. TC 22.6.1912, 15.10.1915, 2.12.1915. NTC 19.8.1940. Adresboek 1902. BR 1900-1910, 27/84, 27/86, 27/177; idem 1910-1920, 39/16; idem 1921-1939, 48/84.
Huisnummer53
Datum

002777 - Zuidoostzijde van het Wilhelminapark Geheel rechts, wevershuis K512, vanaf 1910 Wilhelminapark 53. Hier woonde vanaf hun huwelijk in oktober 1900 wever Adriaan Antonius van Dijk en Anna Maria Langenberg. Ernaast pand K510, vanaf 1902 Wilhelminapark 54, sociëteit Orpheus. Het klokgeveltje dat dan volgt, maakte deel uit van het volgende pand met dakkapel, K509, vanaf 1910  Wilhelminapark 56. Hier woonde rond 1900 'medisch doctor' Carolus W.F. Baerken, geboren te Gennep op 3 juli 1817 en overleden te Tilburg op 28 oktober 1902. Zijn twee ongehuwde, bij hem inwonende, zussen verlieten het pand in oktober 1904. Het werd toen in gebruik genomen als klooster van de carmelitessen van het Goddelijk Hart van Jezus, een congregatie opgericht te Berlijn in 1890. Deze zusters woonden al vanaf 1900 in Tilburg aan het St. Annaplein en werden in de volksmond 'de zusterkens van de arme kindjes' genoemd: de zusters hielden zich bezig met de opvang en verzorging van verwaarloosde en verlaten kinderen: aanvankelijk de meisjes tot hun veertiende levensjaar en jongens tot hun zesde levensjaar. Het klooster aan het Wilhelminapark kreeg de naam 'St. Josephhuis St. Anna'. Met de uitbreiding van het klooster werd begonnen in 1912 onder overste Francisca Ulsamer, naar plannen uit 1911 van bouwkundige J.C.M. Kocken.  Ter plaatse van het kleine huisje rechts van het pand van Baerken werd later de kapel van het tehuis gebouwd. Deze werd ingewijd op de feestdag van de H. Theresia, op 15 oktober 1915. Daarna is er nog constant gebouwd en verbouwd aan het tehuis. Zo werd in 1936 door de gemeente vergunning verleend voor het bouwen van een slotkapel voor de zusters met sacristie, ontworpen door bouwbureau C.P.A. van Herk. Vervolgens pand K508, vanaf 1910 Wilhelminapark 57. Hier woonde rond 1900 G.J. van Haandel. De laatste bewoonster was Maria Petronella van Haandel, geboren te Tilburg op 25 oktober 1881. Zij verkocht het pand aan de carmelitessen, die het pand in 1948 onder architectuur van J. Remmers Alph.zn. lieten verbouwen tot recreatie- en kinderspeelzaal. Tenslotte op de hoek van de Stedekestraat pand K507, vanaf 1910 Wilhelminapark 58. Rond 1900 woonde hier fabrikant Joannes Petrus Willemse, die er overleed op 28 december 1905. Zijn weduwe, Maria Norberta Smits hield daarna een pension: een van de gasten in 1908 was fotograaf Johannes W.H. Stokvis uit Rotterdam. In 1908 verliet zij het pand. Later is het verbouwd, er kwam onder andere een verdieping op het huis. De volgende bewoner was Leopold H.M. Kersemaekers uit Venlo, leraar aan de ambachtsschool. Hij vertrok in 1918. Ook dit pand ging deel uitmaken van het complex van de carmelitessen. Vanaf juli 1920 woonden er de rectoren van het St. Annahuis. Dit waren achtereenvolgens Paulus J.L.M. Goulmij, Petrus J.C. Manders, Arnout L.J.M. Hellenberg Hubar, Josephus P. van Dal en Johannes Janssens.
Contact en informatie
sluit Hulp nodig?
We helpen je graag van maandag t/m vrijdag van 10:00 tot 16:00 en van 19:00 tot 22:00 uur via chat.
Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via een e-mail naar info@regionaalarchieftilburg.nl.

sluit Online op dit moment
chatOnline -
Stel een vraag