006999 - Pater Bernard Hafkenscheid (1807-1865) In mijn werkkamer hangt een portret, gevat in een brede goudgele lijst, in 1826 geschilderd door de Friese schilder Otto de Boer. Het is het portret van mijn ver familielid Bernard Hafkenscheid. Zijn ouders lieten dit maken toen Bernard op 20-jarige leeftijd na het klein-seminarie Hageveld naar Rome vertrok voor vier jaar theologiestudie. Bernard, geboren in Amsterdam op 12 december 1807, kwam uit een gezin van elf kinderen, waarvan er vijf op jonge leeftijd overleden waren. Zijn vader had een groothandel in schilder- en verfstoffen; het was hem voor de wind gegaan en hij had een niet onaanzienlijk vermogen opgebouwd. Na een reis van zeven weken komen Bernard en ook zijn studiegenoot en vriend Johannes Beelen in Rome aan en beginnen hun theologiestudie aan het Collegium Romanum onder leiding van de Jezuïeten. De 'Eeuwige Stad' maakt een onuitwisbare indruk op de jonge student. Tijdens de revolutiejaren van 1830-1831 schrijft de paus openbare godsdienstoefeningen uit en Bernard bevindt zich onder het gehoor van beroemde predikanten. Vanuit Rome schrijft hij: "Men hoort er geen beekjes kabbelen, bloempjes worden er niet geplukt, maar de evangelische waarheden worden in haar eigen gewaad gestoken en het volk met meesterlijke welsprekendheid voorgedragen, laat ik liever zeggen: opgedrongen. Gelukkig, driewerf gelukkig Nederland, indien redenaars van zulk een stempel op uwen bodem het evangelie verkondigden!" Bernard zou later één van de beroemdste Nederlandse predikanten worden. Op 17 maart 1832 ontvangt Bernard de priesterwijding. Een paar dagen later rondt hij zijn studie af met het behalen van de titel 'doctor in de godgeleerdheid'. In Rome neemt hij het besluit dat zijn verdere leven zal bepalen: Bernard wil intreden in de congregatie van Alfonsus de Liguori. Hij was tijdens zijn studie gefascineerd geraakt door de theologie en geschriften van Alfonsus. Voor zijn ouders en familie is het besluit om redemptorist te worden een volkomen verrassing. Toch is het weerzien in de Amsterdamse woning hartelijk, en Bernard draagt op 26 juli 1832 zijn eerste plechtige mis op in de kerk 'Geloof, Hoop en Liefde'. Daarna is het groot feest! Zo wordt pater Bernard één van de eerste Nederlandse Redemptoristen. Hij wordt verbonden aan het klooster van St.Truiden in België. Zijn eerste missie geeft hij in Thimister, vier uur reizen ten noorden van Luik. En daarna in Verviers, waar de antiklerikalen een ware kruistocht ontketenen tegen de komst van de Redemptoristen. Zo begint het werk waarin hij groot zal worden: er volgt een lange reeks van volksmissies, retraites en geestelijke oefeningen, samen met zijn medebroeders. Een verslag van zo'n missie, die van Sittard in 1835, liegt er niet om:"De missie moest op de markt worden voortgezet; ontzettend was het getal vreemdelingen, die dagelijks zelfs van ververwijderde plaatsen naar de stad kwamen; de markt kon ten laatste de mensenmassa niet meer bevatten en men plaatste zich voor de geopende vensters, klom op de daken om het woord Gods te horen. En bij de kruisplanting waarmede de missie gesloten werd, waren 25 a 30.000 mensen tegenwoordig, terwijl Sittard slechts 4000 inwoners telde." In die tijd heerste de Kerk over de gewetens van de mensen, stonden priesters in zeer hoog aanzien en speelde de Kerk een belangrijke rol in de emancipatie van de katholieken. Een heel andere rol zal pater Bernard spelen als het gaat om de uitbreiding van de congregatie der Redemptoristen. Driemaal steekt hij de Atlantische Oceaan over om in Amerika kerken en kloosters op te richten. In 1851 wordt hij benoemd tot overste van het klooster te Limerick (Ierland) en aan het hoofd gesteld van de missionaire arbeid in Ierland, Engeland en Schotland. Na zeven jaar keert hij hiervan terug en sindsdien woont hij in het klooster van Wittem. Tien jaar lang nog gaat hij voort met het geven van missies en retraites in Nederland, waarbij hij heel het land doorkruist. Bij de missie van Montzen, een Belgisch dorpje niet ver van Wittem, valt hij in de kerk over een bankje, waarbij zijn linker-kniepees scheurt. Hij wordt naar Wittem gebracht. Hij herstelt er goed van, maar dan openbaart zich vocht in de longen. Na een kortstondig ziekbed overlijdt pater Bernard op zaterdag 2 september 1865, 57 jaar oud. Een vroom en oprecht kloosterling met een warm hart én een begenadigd predikant is heengegaan. Hij wordt begraven in de grafkelder van het Wittemse klooster. Voor deze beroemde Redemptorist wordt 50 jaar later in de kloostertuin een standbeeld opgericht. - Foto's & Kaarten

Pater Bernard Hafkenscheid (1807-1865) In mijn werkkamer hangt een portret, gevat in een brede goudgele lijst, in 1826 geschilderd door de Friese schilder Otto de Boer. Het is het portret van mijn ver familielid Bernard Hafkenscheid. Zijn ouders lieten dit maken toen Bernard op 20-jarige leeftijd na het klein-seminarie Hageveld naar Rome vertrok voor vier jaar theologiestudie. Bernard, geboren in Amsterdam op 12 december 1807, kwam uit een gezin van elf kinderen, waarvan er vijf op jonge leeftijd overleden waren. Zijn vader had een groothandel in schilder- en verfstoffen; het was hem voor de wind gegaan en hij had een niet onaanzienlijk vermogen opgebouwd. Na een reis van zeven weken komen Bernard en ook zijn studiegenoot en vriend Johannes Beelen in Rome aan en beginnen hun theologiestudie aan het Collegium Romanum onder leiding van de Jezuïeten. De 'Eeuwige Stad' maakt een onuitwisbare indruk op de jonge student. Tijdens de revolutiejaren van 1830-1831 schrijft de paus openbare godsdienstoefeningen uit en Bernard bevindt zich onder het gehoor van beroemde predikanten. Vanuit Rome schrijft hij: "Men hoort er geen beekjes kabbelen, bloempjes worden er niet geplukt, maar de evangelische waarheden worden in haar eigen gewaad gestoken en het volk met meesterlijke welsprekendheid voorgedragen, laat ik liever zeggen: opgedrongen. Gelukkig, driewerf gelukkig Nederland, indien redenaars van zulk een stempel op uwen bodem het evangelie verkondigden!" Bernard zou later één van de beroemdste Nederlandse predikanten worden. Op 17 maart 1832 ontvangt Bernard de priesterwijding. Een paar dagen later rondt hij zijn studie af met het behalen van de titel 'doctor in de godgeleerdheid'. In Rome neemt hij het besluit dat zijn verdere leven zal bepalen: Bernard wil intreden in de congregatie van Alfonsus de Liguori. Hij was tijdens zijn studie gefascineerd geraakt door de theologie en geschriften van Alfonsus. Voor zijn ouders en familie is het besluit om redemptorist te worden een volkomen verrassing. Toch is het weerzien in de Amsterdamse woning hartelijk, en Bernard draagt op 26 juli 1832 zijn eerste plechtige mis op in de kerk 'Geloof, Hoop en Liefde'. Daarna is het groot feest! Zo wordt pater Bernard één van de eerste Nederlandse Redemptoristen. Hij wordt verbonden aan het klooster van St.Truiden in België. Zijn eerste missie geeft hij in Thimister, vier uur reizen ten noorden van Luik. En daarna in Verviers, waar de antiklerikalen een ware kruistocht ontketenen tegen de komst van de Redemptoristen. Zo begint het werk waarin hij groot zal worden: er volgt een lange reeks van volksmissies, retraites en geestelijke oefeningen, samen met zijn medebroeders. Een verslag van zo'n missie, die van Sittard in 1835, liegt er niet om:"De missie moest op de markt worden voortgezet; ontzettend was het getal vreemdelingen, die dagelijks zelfs van ververwijderde plaatsen naar de stad kwamen; de markt kon ten laatste de mensenmassa niet meer bevatten en men plaatste zich voor de geopende vensters, klom op de daken om het woord Gods te horen. En bij de kruisplanting waarmede de missie gesloten werd, waren 25 a 30.000 mensen tegenwoordig, terwijl Sittard slechts 4000 inwoners telde." In die tijd heerste de Kerk over de gewetens van de mensen, stonden priesters in zeer hoog aanzien en speelde de Kerk een belangrijke rol in de emancipatie van de katholieken. Een heel andere rol zal pater Bernard spelen als het gaat om de uitbreiding van de congregatie der Redemptoristen. Driemaal steekt hij de Atlantische Oceaan over om in Amerika kerken en kloosters op te richten. In 1851 wordt hij benoemd tot overste van het klooster te Limerick (Ierland) en aan het hoofd gesteld van de missionaire arbeid in Ierland, Engeland en Schotland. Na zeven jaar keert hij hiervan terug en sindsdien woont hij in het klooster van Wittem. Tien jaar lang nog gaat hij voort met het geven van missies en retraites in Nederland, waarbij hij heel het land doorkruist. Bij de missie van Montzen, een Belgisch dorpje niet ver van Wittem, valt hij in de kerk over een bankje, waarbij zijn linker-kniepees scheurt. Hij wordt naar Wittem gebracht. Hij herstelt er goed van, maar dan openbaart zich vocht in de longen. Na een kortstondig ziekbed overlijdt pater Bernard op zaterdag 2 september 1865, 57 jaar oud. Een vroom en oprecht kloosterling met een warm hart én een begenadigd predikant is heengegaan. Hij wordt begraven in de grafkelder van het Wittemse klooster. Voor deze beroemde Redemptorist wordt 50 jaar later in de kloostertuin een standbeeld opgericht.

Fotonummer["006999"]
PlaatsTilburg
Datering vanaf1826
Uiterlijke vormfoto
OmschrijvingPater Bernard Hafkenscheid (1807-1865) In mijn werkkamer hangt een portret, gevat in een brede goudgele lijst, in 1826 geschilderd door de Friese schilder Otto de Boer. Het is het portret van mijn ver familielid Bernard Hafkenscheid. Zijn ouders lieten dit maken toen Bernard op 20-jarige leeftijd na het klein-seminarie Hageveld naar Rome vertrok voor vier jaar theologiestudie. Bernard, geboren in Amsterdam op 12 december 1807, kwam uit een gezin van elf kinderen, waarvan er vijf op jonge leeftijd overleden waren. Zijn vader had een groothandel in schilder- en verfstoffen; het was hem voor de wind gegaan en hij had een niet onaanzienlijk vermogen opgebouwd. Na een reis van zeven weken komen Bernard en ook zijn studiegenoot en vriend Johannes Beelen in Rome aan en beginnen hun theologiestudie aan het Collegium Romanum onder leiding van de Jezuïeten. De 'Eeuwige Stad' maakt een onuitwisbare indruk op de jonge student. Tijdens de revolutiejaren van 1830-1831 schrijft de paus openbare godsdienstoefeningen uit en Bernard bevindt zich onder het gehoor van beroemde predikanten. Vanuit Rome schrijft hij: "Men hoort er geen beekjes kabbelen, bloempjes worden er niet geplukt, maar de evangelische waarheden worden in haar eigen gewaad gestoken en het volk met meesterlijke welsprekendheid voorgedragen, laat ik liever zeggen: opgedrongen. Gelukkig, driewerf gelukkig Nederland, indien redenaars van zulk een stempel op uwen bodem het evangelie verkondigden!" Bernard zou later één van de beroemdste Nederlandse predikanten worden. Op 17 maart 1832 ontvangt Bernard de priesterwijding. Een paar dagen later rondt hij zijn studie af met het behalen van de titel 'doctor in de godgeleerdheid'. In Rome neemt hij het besluit dat zijn verdere leven zal bepalen: Bernard wil intreden in de congregatie van Alfonsus de Liguori. Hij was tijdens zijn studie gefascineerd geraakt door de theologie en geschriften van Alfonsus. Voor zijn ouders en familie is het besluit om redemptorist te worden een volkomen verrassing. Toch is het weerzien in de Amsterdamse woning hartelijk, en Bernard draagt op 26 juli 1832 zijn eerste plechtige mis op in de kerk 'Geloof, Hoop en Liefde'. Daarna is het groot feest! Zo wordt pater Bernard één van de eerste Nederlandse Redemptoristen. Hij wordt verbonden aan het klooster van St.Truiden in België. Zijn eerste missie geeft hij in Thimister, vier uur reizen ten noorden van Luik. En daarna in Verviers, waar de antiklerikalen een ware kruistocht ontketenen tegen de komst van de Redemptoristen. Zo begint het werk waarin hij groot zal worden: er volgt een lange reeks van volksmissies, retraites en geestelijke oefeningen, samen met zijn medebroeders. Een verslag van zo'n missie, die van Sittard in 1835, liegt er niet om:"De missie moest op de markt worden voortgezet; ontzettend was het getal vreemdelingen, die dagelijks zelfs van ververwijderde plaatsen naar de stad kwamen; de markt kon ten laatste de mensenmassa niet meer bevatten en men plaatste zich voor de geopende vensters, klom op de daken om het woord Gods te horen. En bij de kruisplanting waarmede de missie gesloten werd, waren 25 a 30.000 mensen tegenwoordig, terwijl Sittard slechts 4000 inwoners telde." In die tijd heerste de Kerk over de gewetens van de mensen, stonden priesters in zeer hoog aanzien en speelde de Kerk een belangrijke rol in de emancipatie van de katholieken. Een heel andere rol zal pater Bernard spelen als het gaat om de uitbreiding van de congregatie der Redemptoristen. Driemaal steekt hij de Atlantische Oceaan over om in Amerika kerken en kloosters op te richten. In 1851 wordt hij benoemd tot overste van het klooster te Limerick (Ierland) en aan het hoofd gesteld van de missionaire arbeid in Ierland, Engeland en Schotland. Na zeven jaar keert hij hiervan terug en sindsdien woont hij in het klooster van Wittem. Tien jaar lang nog gaat hij voort met het geven van missies en retraites in Nederland, waarbij hij heel het land doorkruist. Bij de missie van Montzen, een Belgisch dorpje niet ver van Wittem, valt hij in de kerk over een bankje, waarbij zijn linker-kniepees scheurt. Hij wordt naar Wittem gebracht. Hij herstelt er goed van, maar dan openbaart zich vocht in de longen. Na een kortstondig ziekbed overlijdt pater Bernard op zaterdag 2 september 1865, 57 jaar oud. Een vroom en oprecht kloosterling met een warm hart én een begenadigd predikant is heengegaan. Hij wordt begraven in de grafkelder van het Wittemse klooster. Voor deze beroemde Redemptorist wordt 50 jaar later in de kloostertuin een standbeeld opgericht.
Annotatie"Mensen van Redemptie" Pater Bernard Hafkenscheid Gerardusklok - mei 2002 door Jan Vinkenburg C.Ss.R. Godsvrucht en Deugdzaamheid, p. 84. Tilburg 2001, pag.373
Datum

006999 - Pater Bernard Hafkenscheid (1807-1865) In mijn werkkamer hangt een portret, gevat in een brede goudgele lijst, in 1826 geschilderd door de Friese schilder Otto de Boer. Het is het portret van mijn ver familielid Bernard Hafkenscheid. Zijn ouders lieten dit maken toen Bernard op 20-jarige leeftijd na het klein-seminarie Hageveld naar Rome vertrok voor vier jaar theologiestudie. Bernard, geboren in Amsterdam op 12 december 1807, kwam uit een gezin van elf kinderen, waarvan er vijf op jonge leeftijd overleden waren. Zijn vader had een groothandel in schilder- en verfstoffen; het was hem voor de wind gegaan en hij had een niet onaanzienlijk vermogen opgebouwd.  Na een reis van zeven weken komen Bernard en ook zijn studiegenoot en vriend Johannes Beelen in Rome aan en beginnen hun theologiestudie aan het Collegium Romanum onder leiding van de Jezuïeten. De 'Eeuwige Stad' maakt een onuitwisbare indruk op de jonge student. Tijdens de revolutiejaren van 1830-1831 schrijft de paus openbare godsdienstoefeningen uit en Bernard bevindt zich onder het gehoor van beroemde predikanten. Vanuit Rome schrijft hij: "Men hoort er geen beekjes kabbelen, bloempjes worden er niet geplukt, maar de evangelische waarheden worden in haar eigen gewaad gestoken en het volk met meesterlijke welsprekendheid voorgedragen, laat ik liever zeggen: opgedrongen. Gelukkig, driewerf gelukkig Nederland, indien redenaars van zulk een stempel op uwen bodem het evangelie verkondigden!" Bernard zou later één van de beroemdste Nederlandse predikanten worden.  Op 17 maart 1832 ontvangt Bernard de priesterwijding. Een paar dagen later rondt hij zijn studie af met het behalen van de titel 'doctor in de godgeleerdheid'. In Rome neemt hij het besluit dat zijn verdere leven zal bepalen: Bernard wil intreden in de congregatie van Alfonsus de Liguori. Hij was tijdens zijn studie gefascineerd geraakt door de theologie en geschriften van Alfonsus. Voor zijn ouders en familie is het besluit om redemptorist te worden een volkomen verrassing. Toch is het weerzien in de Amsterdamse woning hartelijk, en Bernard draagt op 26 juli 1832 zijn eerste plechtige mis op in de kerk 'Geloof, Hoop en Liefde'. Daarna is het groot feest! Zo wordt pater Bernard één van de eerste Nederlandse Redemptoristen.  Hij wordt verbonden aan het klooster van St.Truiden in België. Zijn eerste missie geeft hij in Thimister, vier uur reizen ten noorden van Luik. En daarna in Verviers, waar de antiklerikalen een ware kruistocht ontketenen tegen de komst van de Redemptoristen. Zo begint het werk waarin hij groot zal worden: er volgt een lange reeks van volksmissies, retraites en geestelijke oefeningen, samen met zijn medebroeders.  Een verslag van zo'n missie, die van Sittard in 1835, liegt er niet om:"De missie moest op de markt worden voortgezet; ontzettend was het getal vreemdelingen, die dagelijks zelfs van ververwijderde plaatsen naar de stad kwamen; de markt kon ten laatste de mensenmassa niet meer bevatten en men plaatste zich voor de geopende vensters, klom op de daken om het woord Gods te horen. En bij de kruisplanting waarmede de missie gesloten werd, waren 25 a 30.000 mensen tegenwoordig, terwijl Sittard slechts 4000 inwoners telde." In die tijd heerste de Kerk over de gewetens van de mensen, stonden priesters in zeer hoog aanzien en speelde de Kerk een belangrijke rol in de emancipatie van de katholieken.   Een heel andere rol zal pater Bernard spelen als het gaat om de uitbreiding van de congregatie der Redemptoristen. Driemaal steekt hij de Atlantische Oceaan over om in Amerika kerken en kloosters op te richten. In 1851 wordt hij benoemd tot overste van het klooster te Limerick (Ierland) en aan het hoofd gesteld van de missionaire arbeid in Ierland, Engeland en Schotland.  Na zeven jaar keert hij hiervan terug en sindsdien woont hij in het klooster van Wittem. Tien jaar lang nog gaat hij voort met het geven van missies en retraites in Nederland, waarbij hij heel het land doorkruist.  Bij de missie van Montzen, een Belgisch dorpje niet ver van Wittem, valt hij in de kerk over een bankje, waarbij zijn linker-kniepees scheurt. Hij wordt naar Wittem gebracht. Hij herstelt er goed van, maar dan openbaart zich vocht in de longen. Na een kortstondig ziekbed overlijdt pater Bernard op zaterdag 2 september 1865, 57 jaar oud. Een vroom en oprecht kloosterling met een warm hart én een begenadigd predikant is heengegaan. Hij wordt begraven in de grafkelder van het Wittemse klooster. Voor deze beroemde Redemptorist wordt 50 jaar later in de kloostertuin een standbeeld opgericht.
Contact en informatie
sluit Hulp nodig?

We helpen je graag van maandag t/m vrijdag van 19.00 tot 22.00 uur via chat.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via e-mail.
sluit Online op dit moment
-
Stel een vraag