046218 - De Leeuwenhoeve aan de Abcovenseweg, voorheen een leengoed, dat in de 17e eeuw omschreven wordt als "een huijs metten boomgaert, weijden ende landen allen aenden anderen liggende onder de parochie van Goirle". De familie Soffaerts verhief het leengoed op 8 oktober 1672. Daarna kwam het in het bezit van de families Alewijns, Moonen, Bacx en de Tilburgse notaris Bles. Na de openbare verkoping door de schuldeisers van Bles in het begin van de negentiende eeuw, werd de hoeve eigendom van de Antwerpse grootgrondbezitter en voornaamste schuldeiser ridder Bosschaert de Bouwel. De boerderij kreeg in de negentiende eeuw achtereenvolgens de benamingen "hoeve Abcoven, Goirlesche Hoeve en Leeuwenhoeve". Na de Bosschaert werd koning Willem II in 1834 de nieuwe eigenaar, opgevolgd door Antonij Goijarts uit Tilburg (1846) en Jacques Joseph Majoie uit Hilvarenbeek (1860), die er 10.500 gulden voor betaalde. Na de deling van de goederen van Majoie in 1870 werd de boerderij eigendom van schoonzoon Jansen, fabrikant te Tilburg. Door diens erven werd de boerderij verbouwd in 1909. De voornaamste pachters in de negentiende eeuw waren Jan Burgers, Josephus van Roessel en diens schoonzoon Adrianus de Brouwer. - Foto's & Kaarten

De Leeuwenhoeve aan de Abcovenseweg, voorheen een leengoed, dat in de 17e eeuw omschreven wordt als "een huijs metten boomgaert, weijden ende landen allen aenden anderen liggende onder de parochie van Goirle". De familie Soffaerts verhief het leengoed op 8 oktober 1672. Daarna kwam het in het bezit van de families Alewijns, Moonen, Bacx en de Tilburgse notaris Bles. Na de openbare verkoping door de schuldeisers van Bles in het begin van de negentiende eeuw, werd de hoeve eigendom van de Antwerpse grootgrondbezitter en voornaamste schuldeiser ridder Bosschaert de Bouwel. De boerderij kreeg in de negentiende eeuw achtereenvolgens de benamingen "hoeve Abcoven, Goirlesche Hoeve en Leeuwenhoeve". Na de Bosschaert werd koning Willem II in 1834 de nieuwe eigenaar, opgevolgd door Antonij Goijarts uit Tilburg (1846) en Jacques Joseph Majoie uit Hilvarenbeek (1860), die er 10.500 gulden voor betaalde. Na de deling van de goederen van Majoie in 1870 werd de boerderij eigendom van schoonzoon Jansen, fabrikant te Tilburg. Door diens erven werd de boerderij verbouwd in 1909. De voornaamste pachters in de negentiende eeuw waren Jan Burgers, Josephus van Roessel en diens schoonzoon Adrianus de Brouwer.

Fotonummer["046218"]
PlaatsGoirle
Straat["Abcovenseweg"]
Datering vanaf1910
HerkomstBrouwer, A. de, Goirle
Uiterlijke vormfoto
OmschrijvingDe Leeuwenhoeve aan de Abcovenseweg, voorheen een leengoed, dat in de 17e eeuw omschreven wordt als "een huijs metten boomgaert, weijden ende landen allen aenden anderen liggende onder de parochie van Goirle". De familie Soffaerts verhief het leengoed op 8 oktober 1672. Daarna kwam het in het bezit van de families Alewijns, Moonen, Bacx en de Tilburgse notaris Bles. Na de openbare verkoping door de schuldeisers van Bles in het begin van de negentiende eeuw, werd de hoeve eigendom van de Antwerpse grootgrondbezitter en voornaamste schuldeiser ridder Bosschaert de Bouwel. De boerderij kreeg in de negentiende eeuw achtereenvolgens de benamingen "hoeve Abcoven, Goirlesche Hoeve en Leeuwenhoeve". Na de Bosschaert werd koning Willem II in 1834 de nieuwe eigenaar, opgevolgd door Antonij Goijarts uit Tilburg (1846) en Jacques Joseph Majoie uit Hilvarenbeek (1860), die er 10.500 gulden voor betaalde. Na de deling van de goederen van Majoie in 1870 werd de boerderij eigendom van schoonzoon Jansen, fabrikant te Tilburg. Door diens erven werd de boerderij verbouwd in 1909. De voornaamste pachters in de negentiende eeuw waren Jan Burgers, Josephus van Roessel en diens schoonzoon Adrianus de Brouwer.
AnnotatieDrie eeuwen landbouwgeschiedenis van Goirle. p. 41, 79-81.
Datum

046218 - De Leeuwenhoeve aan de Abcovenseweg, voorheen een leengoed, dat in de 17e eeuw omschreven wordt als "een huijs metten boomgaert, weijden ende landen allen aenden anderen liggende onder de parochie van Goirle". De familie Soffaerts verhief het leengoed op 8 oktober 1672. Daarna kwam het in het bezit van de families Alewijns, Moonen, Bacx en de Tilburgse notaris Bles. Na de openbare verkoping door de schuldeisers van Bles in het begin van de negentiende eeuw, werd de hoeve eigendom van de Antwerpse grootgrondbezitter en voornaamste schuldeiser ridder Bosschaert de Bouwel. De boerderij kreeg in de negentiende eeuw achtereenvolgens de benamingen "hoeve Abcoven, Goirlesche Hoeve en Leeuwenhoeve". Na de Bosschaert werd koning Willem II in 1834 de nieuwe eigenaar, opgevolgd door Antonij Goijarts uit Tilburg (1846) en Jacques Joseph Majoie uit Hilvarenbeek (1860), die er 10.500 gulden voor betaalde. Na de deling van de goederen van Majoie in 1870 werd de boerderij eigendom van schoonzoon Jansen, fabrikant te Tilburg. Door diens erven werd de boerderij verbouwd in 1909. De voornaamste pachters in de negentiende eeuw waren Jan Burgers, Josephus van Roessel en diens schoonzoon Adrianus de Brouwer.
Contact en informatie
sluit Hulp nodig? Chat is online op maandag van 13.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.
op dinsdag t/m donderdag van 10.00-16.00 uur en van 19.00-22.00 uur.
op vrijdag van 13.00-16.00 en van 19.00-22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via e-mail.
sluit Online op dit moment
chatOnline -
Stel een vraag