Moord en Doodslag #1: van Godsoordeel tot beulsinstructie.

4
06-03-2018
  • lezing
  • rechtshistorische bronnen
  • rechtsgeschiedenis
  • Raad van Brabant
  • publiek recht
  • privaat recht
  • Moord en doodslag in het archief
  • BHIC
Gravure van Jan Luyken. Executie van de martelaren David van der Leyen en Levina Ghyseling in 1554Wist je dat  in de vroegmoderne tijd niet iedereen gemarteld mocht worden en dat marteling aan bepaalde voorwaarden diende te voldoen? Dat ze in 's-Hertogenbosch 'hardcore burners' waren? En waarom vrouwen niet opgehangen werden maar gewurgd?

Deze  zaken - en nog veel meer -  kwamen aan de orde op zaterdag 3 maart 2018 tijdens de eerste lezing van de cyclus Moord en doodslag in het archief. De ochtend begon met een korte geschiedenis van Brabant tot 1811 door Astrid de Beer, vervolgens vertelde mr. Erik-Jan Broers over de rechterlijke organisatie en het verloop van een strafproces. Daarna was het de beurt aan Mariët Bruggeman en Christian van der Ven (BHIC) die lieten zien welke rechtshistorische bronnen er online te vinden zijn en hoe je kunt zoeken in de criminele vonnissen en processen van de Raad van Brabant, van 1591 tot 1795 het hoogste rechtscollege van Noord-Brabant.

Broers vertelde in zijn lezing over het Godsoordeel, een methode die in de vroege middeleeuwen werd gebruikt om de (on) schuld van de verdachte vast te stellen, zoals bijvoorbeeld de ketel- of waterproef. Ook de verschillen  tussen privaat en publiek strafrecht en een accusatoir en inquisitoir strafproces kwamen aan de orde, evenals de opvattingen van de  rechtsgeleerden Filips Wielant en Cesare Beccaria.

Niet elke rechtbank had een eigen beul. Tilburg bijvoorbeelLezing EJ Broersd had geen eigen beul, maar huurde er zo nodig een in. Uit 1761 is er een instructie bewaard gebleven voor de beul van de baronie van Breda. Hierin staat precies welke bedragen de beul kreeg voor bijvoorbeeld het afhakken van een vinger, een hoofd of het pijnigen met 'koorden en roeden'. Hierbij een link naar de scans van de beulsinstructie.

Christian van der Ven (BHIC) tijdens  de bijeenkomstNiet iedereen mocht gemarteld worden, zoals kinderen en zwangere vrouwen. De beul mocht ook niet meteen  beginnen met  martelen; eerst moest hij  de verdachte  flink angst aanjagen. Vervolgens werd door steeds heviger marteling de pijn geleidelijk opgevoerd. Het lichaam van de verdachte mocht niet teveel (uiterlijke) schade toegediend worden. De pijn zat vaak vooral aan de binnenkant, zoals gescheurde spieren etc. Aangezien de beul de verdachte tussen de martelingen door weer moest oplappen,  had hij soms een bijbaan als chirurgijn.

O ja, vrouwen werden gewoonlijk niet opgehangen omdat er grote  kans bestond dat  de  rokken omhoog zouden  gaan wanneer ze viel.

Hieronder de presentatie van Erik-Jan Broers, 'ter leering ende vermaeck'. 

Reageren

Contact en informatie
sluit Hulp nodig?

We helpen je graag van maandag t/m vrijdag van 19.00 tot 22.00 uur via chat.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via e-mail.
sluit Online op dit moment
-
Stel een vraag