Overlijden na 1811

Informatie over het overlijden van iemand kun je op verschillende plaatsen terugvinden. Er is natuurlijk de officiële registratie in de burgerlijke stand, maar ook de familie zelf kan het verdrietige nieuws op verschillende manieren bekendgemaakt hebben.

Overlijdensakten
Sinds 1811 worden sterfgevallen door de overheid bijgehouden in de burgerlijke stand. In de overlijdensakten wordt vermeld waar en wanneer iemand overleden is en op welke leeftijd, en verder zijn beroep, woonplaats, en de namen van zijn ouders en van een eventuele partner.
Overlijdensakten zijn na 50 jaar openbaar. Je vindt ze door op naam te zoeken in Personen en te filteren op registratie type overlijdensakte.

Bevolkingsregister (1850-1920)
Het bevolkingsregister is op 1 januari 1850 in bijna heel Nederland ingevoerd. Sindsdien houdt iedere gemeente een registratie van zijn inwoners bij in grote boeken; het bevolkingsregister.
In sommige gemeentes werd het bevolkingsregister geordend per straat en van huis tot huis. Elders werden de huishoudens op alfabetische volgorde geregistreerd. Iedere 10 jaar kwam er een nieuw register waar de gegevens in werden overgeschreven.
Veranderingen (geboorte, overlijden, verhuizingen) in een huishouden werden steeds bijgehouden door gegevens door te strepen of juist bij te schrijven. In het bevolkingsregister vind je ook inwonende knechten en dienstboden.
De bevolkingsregisters zijn allemaal gedigitaliseerd. Je vindt ze door op naam te zoeken in Personen en te filteren op registratie type inschrijving.

In de bevolkingsregisters van Tilburg tussen 1910-1920 is de uitleg bovenaan de kolommen vervangen door cijfers. Klik hier voor de betekenis van de cijfers.

Gezinskaarten (1920-1939)
In 1920 werd besloten het bevolkingsregister op losse kaarten bij te houden zodat de gegevens niet meer overgeschreven hoefden te worden bij een nieuwe registratie. Elk huishouden kreeg een eigen gezinskaart die met het gezin meeverhuisde. Wijzigingen werden op dezelfde kaart bijgehouden. Een gezinskaart bevat dezelfde informatie als het bevolkingsregister in boekvorm. Daarnaast kunnen in de laatste kolom opmerkingen, stempels en verwijzingen staan.
Je vindt de gezinskaarten door op naam te zoeken in Personen en te filteren op registratie type inschrijving.

In de gezinskaarten van Tilburg tussen 1921-1939 is de uitleg bovenaan de kolommen vervangen door cijfers. Klik hier voor de betekenis van de cijfers.

Persoonskaarten (1939-1994)
Vanaf 1939 werd de bevolkingsregistratie per persoon bijgehouden. De persoonskaarten reisden bij verhuizingen met de persoon mee. Zij bevatten grotendeels dezelfde informatie als de eerste bevolkingsregisters. Nieuw was de vermelding van naam, geboortedatum en geboorteplaats van de ouders. De gegevens gaan daarmee tot ver in de negentiende eeuw terug.
De persoonskaarten van tussen 1939 en 1994 overleden personen worden bewaard bij het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag.

De Gemeentelijke Basisadministratie (GBA 1994-heden)
Vanaf 1994 werd de bevolkingsregistratie geautomatiseerd in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). Het bevolkingsregister is voortaan dus digitaal.

Doodsbriefjes
In overlijdensaktes zijn meestal geen doodsoorzaken opgenomen. Sinds 1865 is het verplicht dat een arts het overlijden vaststelt. Op overlijdensbriefjes, overlijdensverklaringen, of doodsbriefjes werd de doodsoorzaak genoteerd.
Van sommige gemeenten zijn deze briefjes bewaard gebleven.
Je vindt de overlijdensbriefjes door op naam te zoeken in Personen en te filteren op registratie type Doodsbriefjes akten.

Familieberichten in kranten
Soms werd er door de familie in de krant een advertentie geplaatst in de rubriek “Familieberichten”, in de vorm van een rouwbericht of een algemeen bedankje voor alle ontvangen condoleances. Vaak worden hier ook de nabestaanden in genoemd en soms een adres waar men condoleances naartoe kon sturen.
Voor voorouders die minder dan 50 jaar geleden zijn overleden is dit een handige manier om toch de overlijdensdatum te achterhalen.

Bidprentjes
Bidprentjes worden vaak uitgedeeld bij uitvaarten als herinnering aan de overledene. De eerste bidprentjes bevatten vaak alleen tekst. Later werden er ook gebeden en afbeeldingen van heiligen toegevoegd. In de Katholieke gemeenschap werden bidprentjes uitgegeven als aanzet om daadwerkelijk te bidden voor de overledene. Tegenwoordig staan er ook persoonlijke teksten en foto’s op het kaartje en staat het religieuze aspect wat meer op de achtergrond.
Het oudste bidprentje in onze collectie komt uit 1763. Hou er rekening mee dat deze vroege bidprentjes vaak alleen door welgestelde families uitgegeven werden. Je zult dus niet van iedereen een bidprentje kunnen vinden.
Je vindt bidprentjes door op naam te zoeken in Personen en te filteren op registratie type bidprentje. Ze zijn niet gedigitaliseerd, maar je kunt gratis een scan aanvragen door te mailen naar info@regionaalarchieftilburg.nl. Voor voorouders die minder dan 50 jaar geleden zijn overleden is dit een handige manier om toch de overlijdensdatum te achterhalen, en misschien zelfs de namen van hun kinderen en partners.