Huwelijk voor 1811
Vóór 1811 was het de kerk die alles registreerde. Het is dan ook niet zozeer het huwelijk voor de wet dat vastgelegd werd, maar de trouwbelofte voor de kerk.
Vanaf 1656 kreeg ook de overheid invloed op het sluiten van huwelijken. In het Echtreglement legden de Staten-Generaal vast, wanneer een huwelijk rechtsgeldig was. Alleen huwelijken die waren gesloten door een Nederduits-gereformeerde predikant of voor de schepenbank werden erkend.
Een huwelijk voltrokken door een rooms-katholieke pastoor – of door een predikant van een andere protestantse richting – telde juridisch niet mee. Daarom trouwden sommige katholieken twee keer: één keer officieel, voor de schepenen of een gereformeerde predikant, en daarnaast nog eens in de kerk, voor de pastoor.
Voordat het huwelijk ging een stel eerst “in ondertrouw”. Het voorgenomen huwelijk werd drie keer afgekondigd in de gemeenschap, meestal tijdens de mis op zondag. Eventuele bezwaren konden zo nog worden ingebracht, bijvoorbeeld vanwege te nauwe bloedverwantschap of een eerdere trouwbelofte aan iemand anders. De datums waarop het huwelijk werd afgekondigd zijn vaak in de (onder)trouwakte bijgeschreven of geturfd.
Omdat bij een trouwerij (naast het aanstaande echtpaar) vaak meerdere personen betrokken waren, bieden deze bronnen veel aanknopingspunten voor verder onderzoek. Alle genoemde namen kunnen weer een nieuw zijspoor in je stamboom opleveren. Getuigen kunnen bijvoorbeeld inzicht geven in de verdere familierelaties. Huwelijkse voorwaarden vertellen je of het een financieel gelijkwaardig huwelijk was.
Trouwregisters
De huwelijken werden door de kerk bijgehouden in trouwregisters. In deze boeken vind je de trouwdatum en de namen van het bruidspaar. Soms worden ook de geboorteplaats, woonplaats en het beroep van de bruid en bruidegom, hun ouders, en namen van eventuele getuigen genoemd. Dit verschilt per register, maar over het algemeen geldt: hoe later de bron, hoe meer informatie erin staat.
Registraties in de trouwregisters vind je door te zoeken in Personen en te filteren op registratie type trouwakte.
Belangrijk om te onthouden: het Latijn was de taal van de katholieke kerk. De katholieke trouwboeken werden dan ook nog lang in het Latijn bijgehouden. De gereformeerde trouwboeken werden wel in het Nederlands bijgehouden.
Klik hier voor een woordenlijst met Latijnse termen die je vaak aantreft in de doop- trouw en begraafregisters.
Trouwaktes in de Schepenbank
De trouwaktes in de Schepenbank bevatten dezelfde informatie als de trouwregisters, maar zijn vaak uitgebreider en zien er iets officiëler uit. De getuigen die in de akte genoemd worden, hoeven niet per se een familierelatie te hebben tot het echtpaar. Dit waren vaak schepenen of mensen die toevallig in de buurt waren.
Wilde een weduwe of weduwnaar opnieuw trouwen, dan moest dit voor de schepenbank. Zo werd het nalatenschap voor de eventuele kinderen en familie vastgelegd en veiliggesteld.
Trouwaktes in de schepenbank vind je door te zoeken in Personen en te filteren op registratie type trouwakte.
Een trouwbelofte was een serieuze zaak. Als het huwelijk toch nog werd afgeblazen kon dit consequenties voor de brekende partij hebben en werd dit als rechtsgeschil voor de schepenbank gebracht.
Huwelijkse voorwaarden
Soms werden er voor het huwelijk bij de notaris of voor de schepenbank huwelijkse voorwaarden opgesteld. Dit zijn afspraken die gemaakt worden over persoonlijke bezittingen die men vóór het huwelijk had, en wat daarmee zou gebeuren bij scheiding of overlijden. Zonder huwelijkse voorwaarden zouden alle ingebrachte middelen gezamenlijk eigendom worden.
Via Indexen kun je notariële akten en akten uit de schepenbanken van Tilburg, Baarle-Nassau, en Oosterhout op naam doorzoeken.