Geboorte voor 1811

Vóór 1811 was het de kerk die alles registreerde. Het is dan ook niet zozeer de geboorte die vastgelegd werd, maar de doop van een kind. Daarmee werd het namelijk in de religieuze gemeenschap opgenomen.

Doopregisters
Dopen werden door de kerk bijgehouden in doopregisters. In deze boeken vind je de doopdatum en de namen van het kind en zijn ouders. Soms worden ook de woonplaats en het beroep van de ouders en namen van eventuele getuigen genoemd. Dit verschilt per register, maar over het algemeen geldt: hoe later de bron, hoe meer informatie erin staat.

Hoewel er al wel familienamen in gebruik waren, werd er nog vaak gebruik gemaakt van patroniemen. Een kind kreeg dan de naam van zijn vader als tweede naam. Jan Hendriks (in de oudste bronnen zelfs Hendriksz(oon) of Hendrikss(oen)) is in een dergelijk geval dus Jan, de zoon van Hendrik.

Als een kind bij een ongetrouwde vrouw geboren werd had de vroedvrouw de plicht om tijdens de barensweeën de vrouw te ondervragen over wie de mogelijke vader van het kind was. Zodoende kon men later kosten van onderhoud op de vader verhalen. Als er na de geboorte alsnog getrouwd werd staat daar in de meeste gevallen wel een aantekening van in het doopregister.

Registraties in de doopregisters vind je door te zoeken in Personen en te filteren op registratie type doopakte.

Belangrijk om te onthouden: het Latijn was de taal van de katholieke kerk. De katholieke doopboeken werden dan ook nog lang in het Latijn bijgehouden. De gereformeerde doopboeken werden wel in het Nederlands bijgehouden.
Klik hier voor een woordenlijst met Latijnse termen die je vaak aantreft in de doop- trouw en begraafregisters.