008228 - Tekening. Evermodus du Champs, pastoor te Tilburg (1807-1832) ( 1.60 meter en pokdalig gezicht volgens inTilburg afgegeven paspoort in 1810) en prior van den verdreven abdijgemeenschap van Tongerlo. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg. Hij overleed er op 24 april 1832 in de gezegende ouderdom van 83 jaar. Du Champs werd te Brussel geboren en gedoopt 26 augustus 1748. Over zijn familiale achtergrond is weinig bekend, hij stamt uit een eenvoudig midden. Hij studeerde in het Standonckcollege te Leuven filosofie in de pedagogie. Op 30 oktober 1768 werd de 20-jarige Brusselaar Du Champs in de stille Kempense Abdij Tongerlo aanvaard en Evermodus genoemd naar de eerste volgelingen van de ordestichter Nobert. Op 8 december 1770, na twee noviciaatsjaren sprak hij de eeuwige gelofte uit, waarna hij theologie ging studeren en op 6 maart 1773 werd hij gewijd tot priester door Antwerpse bisschop Van Gameren en ging op 26 maart 1776 naar het Sint-Norbertuscollege te Rome, bij het Collegio Romano waar de jezuiëten doceerden. Du Champ gaf later zelf les in kerkelijk recht en handelde de lopende zaken af na het overlijden van Nicolaas Meijers, procurator-generaal tot de opvolger Egied De Smedt op 6 mei 1779 aantrad.Du Champs ging naar de parochie Retie,waar hij de pastoor moest overhalen ontslag te nemen, dat lukte na zes jaar waarnaar hij naar de abdij van Tongerlo terugkeerde. In de studies gewijd aan de geschiedenis van de Brabantse opstand tegen het Oostenrijkse bewind (1789-1790) verbleef Du Champs te Brussel als secretaris van abt Godfried Hermans, betrokken bij het verzet tegen de kerkpolitiek van de Oostenrijkse keizer Jozef II. De abdijen voelden zich bedreigd,doordat heel wat kloosters waren afgeschaft, omdat ze noch op religieus, noch op maatschappelijk gebied enig nut schenen te hebben, doordat keizer Jozef de traditionele eigen Brabantse rechten opzegde. Op 14 maart 1790 wordt Du Champs proost van de norbertinessen van Leliëndaal te Mechelen. Als nieuwe proost wilde hij de terugkeer van de zusters naar hun vroegere klooster mogelijk maken en genaast bezit terug te verwerven.Voor hij als proost werd geïnstalleerd, waren de Oostenrijkers al weer terug. Daarna kwamen de Franse revolutionaire troepen de Oostenrijkers verjagen en de situatie van de kloosters evolueerde van kwaad tot erger. Op 6 december 1796 werd de abdij van Tongerlo ingelijfd bij de Franse republiek en de kloosterlingen aan de deur gezet. Du Champs vond samen met proir Anselm Beke een tijdelijk onderkomen in de pastorie van Oevel, maar die moesten zij ook verlaten, en Du Champs vond onderdak bij de pastoor van Haaren, waar prelaat Hermans tot zijn dood zich schuilhield. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg waar hij tevens zijn medebroeders die niet meer in eigen onderhoud konden voorzien verzorgde. Waar hij overleed aan podagra, de ziekte van de bourgognewijn. Met het overlijden van Du Champs scheen er een definituef punt te worden gezet achter de geschiedenis van de abdij van Tongerlo, waar hij prior van was. De tekening is gemaakt door Frans Mandos. - Foto's & Kaarten

Tekening. Evermodus du Champs, pastoor te Tilburg (1807-1832) ( 1.60 meter en pokdalig gezicht volgens inTilburg afgegeven paspoort in 1810) en prior van den verdreven abdijgemeenschap van Tongerlo. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg. Hij overleed er op 24 april 1832 in de gezegende ouderdom van 83 jaar. Du Champs werd te Brussel geboren en gedoopt 26 augustus 1748. Over zijn familiale achtergrond is weinig bekend, hij stamt uit een eenvoudig midden. Hij studeerde in het Standonckcollege te Leuven filosofie in de pedagogie. Op 30 oktober 1768 werd de 20-jarige Brusselaar Du Champs in de stille Kempense Abdij Tongerlo aanvaard en Evermodus genoemd naar de eerste volgelingen van de ordestichter Nobert. Op 8 december 1770, na twee noviciaatsjaren sprak hij de eeuwige gelofte uit, waarna hij theologie ging studeren en op 6 maart 1773 werd hij gewijd tot priester door Antwerpse bisschop Van Gameren en ging op 26 maart 1776 naar het Sint-Norbertuscollege te Rome, bij het Collegio Romano waar de jezuiëten doceerden. Du Champ gaf later zelf les in kerkelijk recht en handelde de lopende zaken af na het overlijden van Nicolaas Meijers, procurator-generaal tot de opvolger Egied De Smedt op 6 mei 1779 aantrad.Du Champs ging naar de parochie Retie,waar hij de pastoor moest overhalen ontslag te nemen, dat lukte na zes jaar waarnaar hij naar de abdij van Tongerlo terugkeerde. In de studies gewijd aan de geschiedenis van de Brabantse opstand tegen het Oostenrijkse bewind (1789-1790) verbleef Du Champs te Brussel als secretaris van abt Godfried Hermans, betrokken bij het verzet tegen de kerkpolitiek van de Oostenrijkse keizer Jozef II. De abdijen voelden zich bedreigd,doordat heel wat kloosters waren afgeschaft, omdat ze noch op religieus, noch op maatschappelijk gebied enig nut schenen te hebben, doordat keizer Jozef de traditionele eigen Brabantse rechten opzegde. Op 14 maart 1790 wordt Du Champs proost van de norbertinessen van Leliëndaal te Mechelen. Als nieuwe proost wilde hij de terugkeer van de zusters naar hun vroegere klooster mogelijk maken en genaast bezit terug te verwerven.Voor hij als proost werd geïnstalleerd, waren de Oostenrijkers al weer terug. Daarna kwamen de Franse revolutionaire troepen de Oostenrijkers verjagen en de situatie van de kloosters evolueerde van kwaad tot erger. Op 6 december 1796 werd de abdij van Tongerlo ingelijfd bij de Franse republiek en de kloosterlingen aan de deur gezet. Du Champs vond samen met proir Anselm Beke een tijdelijk onderkomen in de pastorie van Oevel, maar die moesten zij ook verlaten, en Du Champs vond onderdak bij de pastoor van Haaren, waar prelaat Hermans tot zijn dood zich schuilhield. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg waar hij tevens zijn medebroeders die niet meer in eigen onderhoud konden voorzien verzorgde. Waar hij overleed aan podagra, de ziekte van de bourgognewijn. Met het overlijden van Du Champs scheen er een definituef punt te worden gezet achter de geschiedenis van de abdij van Tongerlo, waar hij prior van was. De tekening is gemaakt door Frans Mandos.

Fotonummer["008228"]
PlaatsTilburg
Datering vanaf1934
Herkomstdoos 91
Uiterlijke vormprent
OmschrijvingTekening. Evermodus du Champs, pastoor te Tilburg (1807-1832) ( 1.60 meter en pokdalig gezicht volgens inTilburg afgegeven paspoort in 1810) en prior van den verdreven abdijgemeenschap van Tongerlo. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg. Hij overleed er op 24 april 1832 in de gezegende ouderdom van 83 jaar. Du Champs werd te Brussel geboren en gedoopt 26 augustus 1748. Over zijn familiale achtergrond is weinig bekend, hij stamt uit een eenvoudig midden. Hij studeerde in het Standonckcollege te Leuven filosofie in de pedagogie. Op 30 oktober 1768 werd de 20-jarige Brusselaar Du Champs in de stille Kempense Abdij Tongerlo aanvaard en Evermodus genoemd naar de eerste volgelingen van de ordestichter Nobert. Op 8 december 1770, na twee noviciaatsjaren sprak hij de eeuwige gelofte uit, waarna hij theologie ging studeren en op 6 maart 1773 werd hij gewijd tot priester door Antwerpse bisschop Van Gameren en ging op 26 maart 1776 naar het Sint-Norbertuscollege te Rome, bij het Collegio Romano waar de jezuiëten doceerden. Du Champ gaf later zelf les in kerkelijk recht en handelde de lopende zaken af na het overlijden van Nicolaas Meijers, procurator-generaal tot de opvolger Egied De Smedt op 6 mei 1779 aantrad.Du Champs ging naar de parochie Retie,waar hij de pastoor moest overhalen ontslag te nemen, dat lukte na zes jaar waarnaar hij naar de abdij van Tongerlo terugkeerde. In de studies gewijd aan de geschiedenis van de Brabantse opstand tegen het Oostenrijkse bewind (1789-1790) verbleef Du Champs te Brussel als secretaris van abt Godfried Hermans, betrokken bij het verzet tegen de kerkpolitiek van de Oostenrijkse keizer Jozef II. De abdijen voelden zich bedreigd,doordat heel wat kloosters waren afgeschaft, omdat ze noch op religieus, noch op maatschappelijk gebied enig nut schenen te hebben, doordat keizer Jozef de traditionele eigen Brabantse rechten opzegde. Op 14 maart 1790 wordt Du Champs proost van de norbertinessen van Leliëndaal te Mechelen. Als nieuwe proost wilde hij de terugkeer van de zusters naar hun vroegere klooster mogelijk maken en genaast bezit terug te verwerven.Voor hij als proost werd geïnstalleerd, waren de Oostenrijkers al weer terug. Daarna kwamen de Franse revolutionaire troepen de Oostenrijkers verjagen en de situatie van de kloosters evolueerde van kwaad tot erger. Op 6 december 1796 werd de abdij van Tongerlo ingelijfd bij de Franse republiek en de kloosterlingen aan de deur gezet. Du Champs vond samen met proir Anselm Beke een tijdelijk onderkomen in de pastorie van Oevel, maar die moesten zij ook verlaten, en Du Champs vond onderdak bij de pastoor van Haaren, waar prelaat Hermans tot zijn dood zich schuilhield. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg waar hij tevens zijn medebroeders die niet meer in eigen onderhoud konden voorzien verzorgde. Waar hij overleed aan podagra, de ziekte van de bourgognewijn. Met het overlijden van Du Champs scheen er een definituef punt te worden gezet achter de geschiedenis van de abdij van Tongerlo, waar hij prior van was. De tekening is gemaakt door Frans Mandos.
Datum

008228 - Tekening. Evermodus du Champs, pastoor te Tilburg (1807-1832) ( 1.60 meter en pokdalig gezicht volgens inTilburg afgegeven paspoort in 1810) en prior van den verdreven abdijgemeenschap van Tongerlo. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg. Hij overleed er op 24 april 1832 in de gezegende ouderdom van 83 jaar. Du Champs werd te Brussel geboren en gedoopt 26 augustus 1748. Over zijn familiale achtergrond is weinig bekend, hij stamt uit een eenvoudig midden. Hij studeerde in het Standonckcollege te Leuven filosofie in de pedagogie. Op 30 oktober 1768 werd de 20-jarige Brusselaar Du Champs in de stille Kempense Abdij Tongerlo aanvaard en Evermodus genoemd naar de eerste volgelingen van de ordestichter Nobert. Op 8 december 1770, na twee noviciaatsjaren sprak hij de eeuwige gelofte uit, waarna hij  theologie ging studeren en op 6 maart 1773 werd hij gewijd tot priester door Antwerpse bisschop Van Gameren en ging op 26 maart 1776 naar het Sint-Norbertuscollege te Rome, bij het Collegio Romano waar de jezuiëten doceerden. Du Champ gaf later zelf les in kerkelijk recht en handelde de lopende zaken af na het overlijden van Nicolaas Meijers, procurator-generaal tot de opvolger Egied De Smedt op 6 mei 1779 aantrad.Du Champs ging naar de parochie Retie,waar hij de pastoor moest overhalen ontslag te nemen, dat lukte na zes jaar waarnaar hij naar de abdij van Tongerlo terugkeerde. In de studies gewijd aan de geschiedenis van de Brabantse opstand tegen het Oostenrijkse bewind (1789-1790) verbleef Du Champs te Brussel als secretaris van abt Godfried Hermans, betrokken bij het verzet tegen de kerkpolitiek van de Oostenrijkse keizer Jozef II. De abdijen voelden zich bedreigd,doordat heel wat kloosters waren afgeschaft, omdat ze noch op religieus, noch op maatschappelijk gebied enig nut schenen te hebben, doordat keizer Jozef de traditionele eigen Brabantse rechten opzegde. Op 14 maart 1790 wordt Du Champs proost van de norbertinessen van Leliëndaal te Mechelen. Als nieuwe proost wilde hij de terugkeer van de zusters naar hun vroegere klooster mogelijk maken en genaast bezit terug te verwerven.Voor hij als proost werd geïnstalleerd, waren de Oostenrijkers al weer terug. Daarna kwamen de Franse revolutionaire troepen de Oostenrijkers verjagen en de situatie van de kloosters evolueerde van kwaad tot erger. Op 6 december 1796 werd de abdij van Tongerlo ingelijfd bij de Franse republiek en de kloosterlingen aan de deur gezet. Du Champs vond samen met proir Anselm Beke een tijdelijk onderkomen in de pastorie van Oevel, maar die moesten zij ook verlaten, en Du Champs vond onderdak bij de pastoor van Haaren, waar prelaat Hermans tot zijn dood zich schuilhield. Du Champs was de laatste Tongerlose pastoor van de parochie 't Heike te Tilburg waar hij tevens zijn medebroeders die niet meer in eigen onderhoud konden voorzien verzorgde. Waar hij overleed aan podagra, de ziekte van de bourgognewijn. Met het overlijden van Du Champs scheen er een definituef punt te worden gezet achter de geschiedenis van de abdij van Tongerlo, waar hij prior van was. De tekening is gemaakt door Frans Mandos.
Contact en informatie
sluit Hulp nodig?
We helpen je graag van maandag t/m vrijdag van 10:00 tot 16:00 en van 19:00 tot 22:00 uur via chat.
Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag wel stellen via een e-mail naar info@regionaalarchieftilburg.nl.

sluit Online op dit moment
chatOnline -
Stel een vraag