Regionaal Archief Tilburg Postbus 4265
5004 JG Tilburg
Bezoekadres:
Kazernehof 75, Tilburg
013 549 45 70
info@regionaalarchieftilburg.nl


 
Home arrow Moergestel arrow De Tweede Wereldoorlog in Moergestel arrow Collaberate en zuivering

Collaboratie en Zuivering Afdrukken
Om een spontane wraakneming door de bevolking - een "bijltjesdag" - te voorkomen, had de regering de bijzondere rechtspleging voorbereid. Men onderscheidde drie categorieën: de wapendragers, de collaborateurs en de gewone NSB-ers. Zoals dat meer gebeurde, bleven de "groten" buiten schot en de "kleintjes" werden bestraft. Daarenboven werd de zuivering een inzet van een strijd tussen "linkse" en "rechtse" politieke partijen. In tegenstelling tot het harde standpunt van Koningin Wilhelmina, dat er "Voor landverraders in het naoorlogse Nederland geen plaats meer zou zijn" (uitspraak op 10 mei 1941), verklaarde haar dochter, Koningin Juliana op 4 september 1948, dat de politieke delinquenten "te eniger tijd weer in onze gemeenschap opgenomen moesten worden".
In feite is de zuivering door allerlei verwikkelingen nooit voltooid kunnen worden en daarmee is het rechtsgevoel niet bevredigd.

Bij Koninklijk Besluit van 17 september 1944 werd door de Nederlandse regering te Londen het Tribunaalbesluit vastgesteld, waarbij in ieder arrondissement een Tribunaal werd ingesteld waarvoor Nederlanders zouden moeten verschijnen wegens onvaderlandslievend gedrag. Het ging hier om een vorm van strafrecht betreffende de minder ernstige zaken; wegens oorlogsmisdaden en landverraad vond de berechting plaats door de Bijzondere Gerechtshoven.
De maatregelen, die de Tribunalen, bestaande uit een jurist-voorzitter en twee leden die geen jurist waren volgens art. 1 van het Tribunaalbesluit konden opleggen, waren: internering, ontzetting uit bepaalde rechten, verbeurdverklaring van het vermogen. Geleidelijk ontwikkelde zich de praktijk, dat de zeer lichte gevallen leidden tot een voorwaardelijke buitenvervolgstelling door de procureur-fiscaal. De lichte gevallen van hulpverlening aan de vijand en collaboratie kwamen voor de tribunalen, de ernstige gevallen voor de Bijzondere Gerechtshoven. Daarnaast moeten dan nog de Zuiveringsraden of Ereraden genoemd worden die in de verschillende beroepstakken een soort tuchtrechtspraak toepasten op diegenen die niet hadden beantwoord aan de in die bepaalde beroepstak aanvaarde normen.
Ook bij de Tribunalen verschilden de zwaarte van de opgelegde maatregelen naar plaats en tijd. Lidmaatschap van de N.S.B., zonder verdere misdragingen, leidde in het begin, vooral in het Zuiden, tot lange interneringstijden (kamp Vught). Later komt men tot tijden van 1 à 2 jaar. Vandaar ook het ruime gebruik van de voorwaardelijke invrijheidsstelling op het einde van 1946. De zogenaamde "moffenmeiden" werden ook gewoonlijk na de behandeling van hun zaak in vrijheid gesteld. Zij hadden dan meestal een lange internering achter de rug. De tribunaalrechtspraak eindigde op 1 januari 1952.
Ook in Moergestel waren er verschillende uitingen van "onvaderlandslievend gedrag". De plaatselijke commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, dhr. C.A.B.A.M. Schade, had verschillende affiches doen ophangen, waarin werd opgeroepen om uitingen van on-Nederlands gedrag tijdens de bezetting te melden. En meldingen kwamen er binnen. Van Moergestelse dames, gehuwd en ongehuwd, die "verkeerden" met Duitse soldaten. Na overbrenging naar het arrestantenlokaal in Oisterwijk door leden van de N.B.S. en na een aantal dagen genterneerd te zijn geweest, werden zij op vrije voeten gesteld onder de navolgende voorwaarden: "Het is haar verboden zich tussen 19.00 uur 's avonds en 06.00 uur 's morgens op straat te bevinden; het is haar verboden de gemeente te verlaten; het is haar tevens verboden zich, in welke vorm dan ook, met militairen op te houden; zij zal zich van alle politieke agitaties hebben te onthouden; zij zal zich dagelijks melden tussen 10.00 en 12.30 uur op het meldingsbureau Wachtlokaal N.B.S., Raadhuisstraat A49."
Voor het inkopen voor de Duitse Wehrmacht, voor leveranties aan de Duitsers, voor het vervoeren van vrachten ten behoeve van de bezetter, voor het verrichten van allerlei werkzaamheden, zoals het maaien van heide voor camouflage van de vliegvelden Volkel en Venlo en het vervaardigen van heidebezems, welke aan Duitse fabrieken geleverd werden; voor lidmaatschap van nationaal-socialistische organisaties, zoals de NSB (de Nationaal-Socialistische Beweging, die op 14-12-1931 te Utrecht werd opgericht onder leiding van Ir. Anton Mussert en in veel opzichten leek op de N.S.D.A.P. van A. Hitler), de NVD (de Nederlands Volksdienst, op 28-08-1941 ingesteld en die "rechtstreeks steun verleent aan hulpbehoevenden die waardevol zijn voor de Duitse oorlogsinspanning" en waarvoor de fondsen voornamelijk verkregen werden uit de Winterhulp), het NAF (het Nederlandse Arbeidsfront, dat op 29-05-1942 werd opgericht en in plaats kwam van de opgeheven vakbonden en geheel onder invloed verkeerde van de NSB), de Landwacht, welke NSB-organisatie politiebevoegdheden kreeg en ingezet werd tot "handhaving van de openbare orde en tot bescherming van leven en goed van de ordelievende bevolking" en van de Nationale Jeugdstorm. De Procureur-Fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof te 's-Her-togenbosch heeft - gezien de processtukken contra een aantal collaborerende Moergestelnaren - vonnis gewezen, "Overwegende dat betrokkene verdacht wordt van feiten en/of gedragingen, vallende onder het Besluit Buitengewoon Strafrecht en/of het Tribunaal Besluit; Overwegende, dat de gerezen verdenkingen gegrond zijn gebleken; Overwegende, dat betrokkene geruimen tijd in bewaring heeft doorgebracht; Overwegende, dat termen bestaan betrokkene voorwaardelijk buiten vervolging te stellen; Gelet op het Besluit Politieke Delinquenten 1945; Besluit:
betrokkene buiten vervolging te stellen, onder oplegging van de volgende voorwaarden, geldend voor een proeftijd van drie jaren, voor wat betreft de voorwaarden onder sub 1, 2 en 3.
1. dat betrokkene zich gedraagt als een goede Nederlander;
2. dat betrokkene zich binnen 5 dagen stelt onder toezicht van de "Stichting Toezicht Politieke Delinquenten" en zich gedraagt naar door of namens haar gegeven aanwijzingen;
3. dat betrokkene dié arbeid zal verrichten welke hem door of vanwege de in sub 2 genoemde stichting is of wordt opgedragen.
Onder mededeling aan betrokkene:
dat deze buitenvervolgstelling van rechtswege medebrengt, ontzetting voor den tijd van tien jaren van het recht tot:
1. het bekleeden van ambten;
2. het dienen bij de gewapende macht;
3. het kiezen en de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen;
4. het zijn van raadsman of gerechtlijk bewindvoerder;
dat niet naleving der voorwaarden o.m. tot gevolg kan hebben, dat:
1. de buitenvervolgstelling wordt ingetrokken;
2. betrokkene opnieuw in bewaring wordt gesteld."
De Procureur-Fiscaal, voornoemd,
w.g. A.F. Houben

Vanwege dezen,
De Officier-Fiscaal
w.g. C.A. v.d. Hooft 1946/1947

Aangezien een gemeentelijke organisatie een dienstverlenend bedrijf is en als zodanig ook in de vertrouwelijke sfeer zaken moet afhandelen, wordt van de zijde van de Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant op 29 november 1944 spoed betracht met betrekking tot de toepassing van het Zuiveringsbesluit ten aanzien van gemeentepersoneel. Op 5 februari 1945 deelt de Militaire Commissaris voor Tilburg e.o., Lt.Kol. Jhr. H.G.A. Quarles van Ufford mee, dat - om eenheid te verkrijgen in de toe te passen zuiveringsprocedure inzake de zuivering van het gemeentepersoneel - een centrale voorzitter wordt aangewezen. Op 25 mei 1945 wordt tot voorzitter benoemd, dhr. H.J.M. de Leeuw, Hoofdcommies Afd. Chef gemeentesecretarie Tilburg en tot plaatsvervangend voorzitter Mr. C.D. Boeke, Hoofd Sectie I-II van de Staf van het Militair Gezag Tilburg.
Op 26 januari 1945 heeft burgemeester J. Bardoel dan al een commissie van advies voor de zuivering van het gemeente-personeel ingesteld en wel met daarin de navolgende personen:
1. L.H.C. Fick, leraar M.O. aan het St.-Odulphuslyceum te Tilburg, wonende te Moergestel, Rootvenschestraat D.49;
2. Adrianus H. Ketelaars Hzn., landbouwer, wonende te Moer-
gestel, Vinkenberg C.223;
3. Gerrit Lentink, jachtopziener (illegaal werker), wonende te Moergestel, Oisterwijkscheweg D.145;
4. Fr. van de Pol, zonder beroep, wonende te Moergestel, Schoolstraat A.101a;
5. Adrianus C. Smits, fabrieksarbeider, wonende te Moergestel, Tilburgscheweg D.55a.
Op 27 augustus 1945 doet de Adviescommissie Toepassing Zuiveringsbesluit verslag aan burgemeester Bardoel en stelt, "dat bij haar geen enkele klacht omtrent het gemeente-personeel is ingekomen. Zij spreekt haar lof uit over de houding van het gemeente-personeel gedurende den bezettingstijd."
(Burgemeester Bardoel was eveneens "gescreend" geweest - door een andere commissie - en er werden tegen hem geen zaken aangevoerd die zouden hebben kunnen wijzen op "onvaderlandslievend gedrag".