|
Geschiedenis van de Lancierskazerne |
|
|
Hieronder volgt een korte beschrijving van de geschiedenis van het gebouw waarin momenteel het Regionaal Archief Tilburg is gehuisvest.
Het gebouw dat het Regionaal Archief Tilburg sinds 1988 herbergt, kent een lange en rijke historie. In 1831 trok Willem II, toen nog prins van Oranje, zich terug in Tilburg. Hij was op dat moment opperbevelhebber van het leger in de oorlog tegen de Belgen. De troepenmacht werd in die dagen nog ondergebracht bij de bevolking van Tilburg, wat voor de nodige overlast zorgde. Daarom bouwde Willem II (in 1840 als koning ingehuldigd) in 1841 drie stallen in Tilburg met ruimte voor 200 paarden. In 1842 werd tegen de stallen een kazerne aangebouwd, geschikt voor 200 manschappen. Eind 1842 werden de eerste militairen gelegerd in de Tilburgse kazerne: het 2de en 3de eskadron van het 4de regiment Ligte Dragonders. Hun komst naar de stad maakte Tilburg tot garnizoenstad. De Dragonders werden een jaar later vervangen door eskadrons van het regiment Lanciers. Aan hen dankt de Lancierskazerne haar naam. 
In 1843 volgden enkele uitbreidingen aan het gebouwencomplex. In de Jan Aartestraat aan de achterzijde bouwde men een manege. Ook de voorbouw van de kazerne werd uitgebreid. Bovendien werden nog een kruithuis, een ziekenstal gebouwd en een excercitieplein aangelegd. Tot 1856 bleef de kazerne bezet met gemiddeld 280 manschappen. Op 30 april 1856 vertrok het laatste eskadron en verloor Tilburg haar functie als garnizoenstad. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd de gemeente Tilburg eigenaar van de Lancierskazerne. Na enkele jaren werd het gebouw in twee delen doorverkocht. Het westelijk deel ging naar P.J. van den Bergh, die het gebruikte als lakenvollerij en wollenstoffenfabriek. Het oostelijk deel kwam in handen van N.N. de Kanter die hier een leerlooierij en vellenbloterij begon. Van den Bergh verbouwde het interieur en op de binnenplaats verrees een ketelhuis met een hoge schoorsteen. 
De Kanter verkocht het voorste gedeelte in 1895 aan Van den Bergh. De vroegere manege en de ziekenstal werden afgebroken. Van den Bergh breidde uit. Zo heeft hij achter de stallen de weverij gebouwd die nu dienst doet als studiezaal voor het Regionaal Historisch Centrum Tilburg. De firma BeKa (Van den Bergh-Krabbendam) stopte in 1968 de productie van wollen stoffen en halfwollen flanellen. In 1976 werd het voormalige kazernegebouw opnieuw eigendom van de gemeente Tilburg. Het fabrieksgebouw binnen de carré werd gesloopt zodat de oude stallen (waar nu de hoofdingang van het Gemeentearchief is) weer vrij kwamen. In 1976 werden het resterende deel van de voorbouw (een groot deel was al in 1966 afgebroken), de achterliggende paardenstallen en de fabrieksschoorsteen (uit 1904) rijksmonument. De gebouwen zijn historisch en architectonisch uniek. De kazerne is de oudst bewaard gebleven cavaleriekazerne van Nederland. Bovendien de enige overgebleven kazerne die koning Willem II voor eigen rekening en onder eigen architectuur heeft laten bouwen. In 1986 viel de beslissing de het overgebleven complex (voorbouw, schoorsteen en voormalige paardenstallen) te restaureren. De stallen werden de nieuwe huisvesting van het RHC Tilburg. Hiervoor moest wel onder het plein voor de stallen een betonnen kelder worden gebouwd, als bewaarplaats voor de archieven. Op 16 september 1988 opende het toenmalige Gemeentearchief Tilburg haar deuren.
|